VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBZWB:2026:492 Forensenbelastingaanslag voor stacaravan niet onterecht

by VvERechstpraak.nl
06/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een uitspraak gedaan in een zaak die draait om de forensenbelasting. De belanghebbende, een eigenaar van een stacaravan op een vakantiepark in de gemeente Borsele, heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de heffingsambtenaar van SaBeWa. De heffingsambtenaar had een aanslag forensenbelasting opgelegd voor het belastingjaar 2023. De belanghebbende betwistte deze aanslag en stelde dat zij geen forensenbelasting hoefde te betalen omdat zij de caravan niet verhuurt en er een toeristenbijdrage-overeenkomst bestaat tussen het vakantiepark en de gemeente. De rechtbank oordeelde echter dat forensenbelasting verschilt van toeristenbelasting en bevestigde de aanslag, omdat aan de voorwaarden voor de forensenbelasting was voldaan.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:GHDHA:2026:39 vastgoedprojectafrekening in hoger beroep

ECLI:NL:GHARL:2026:316 geschil over facturen recreatiewoning

ECLI:NL:RBAMS:2025:10670 VvE vs CAR-verzekeraar, instorting funderingswerk

Het verloop van het proces en de feiten

Op 30 november 2023 ontving de belanghebbende een aanslag forensenbelasting over het belastingjaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde deze aanslag op de wet- en regelgeving die gemeenten het recht geeft om forensenbelasting te heffen van personen die zonder hoofdverblijf in de gemeente, daar meer dan negentig dagen per jaar een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De stacaravan van de belanghebbende werd als zodanig beschouwd. De WOZ-waarde van de stacaravan was vastgesteld op € 59.000, wat leidde tot een aanslag van € 170.

De belanghebbende tekende bezwaar aan tegen deze aanslag, maar de heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. Vervolgens ging de belanghebbende in beroep bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 16 januari 2026, waar zowel de belanghebbende als een vertegenwoordiger van de heffingsambtenaar aanwezig waren, voerde de belanghebbende aan dat de caravan niet werd verhuurd en dat er een toeristenbijdrage-overeenkomst was gesloten. Deze punten zouden volgens haar de aanslag moeten tenietdoen.

De heffingsambtenaar stelde echter dat forensenbelasting een andere grondslag heeft dan toeristenbelasting. De toeristenbijdrage was een vrijwillige overeenkomst tussen het vakantiepark en de gemeente en had geen invloed op de heffing van forensenbelasting. Bovendien kon de belanghebbende de betaalde toeristenbijdrage terugvorderen van het vakantiepark omdat forensenbelasting voorgaat.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat de forensenbelasting inderdaad een andere grondslag heeft dan toeristenbelasting en dat de bestaande toeristenbijdrage-overeenkomst geen invloed heeft op de bevoegdheid van de gemeente om forensenbelasting te heffen. Omdat vaststond dat aan alle voorwaarden voor het heffen van forensenbelasting was voldaan, vond de rechtbank dat er sprake was van een belastbaar feit volgens de gemeentelijke verordening. De rechtbank kon geen reden vinden om de aanslag onterecht te verklaren.

De rechtbank verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beide partijen werden gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. Hiervoor hebben zij zes weken de tijd vanaf de dag van bekendmaking van het proces-verbaal.

De uitspraak bevestigt de heffingsbevoegdheid van gemeenten onder de Gemeentewet en de specifieke gemeentelijke verordeningen en benadrukt het verschil tussen forensen- en toeristenbelasting. Het geeft ook duidelijkheid over de relatie tussen vrijwillige overeenkomsten voor toeristenbijdragen en de verplichte forensenbelasting.

ADVERTISEMENT

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBAMS:2025:10670 VvE vs CAR-verzekeraar, instorting funderingswerk

Next Post

ECLI:NL:GHARL:2026:316 geschil over facturen recreatiewoning

Gerelateerde uitspraken>>>

VvE-Incasso

ECLI:NL:GHDHA:2026:39 vastgoedprojectafrekening in hoger beroep

06/02/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:GHARL:2026:316 geschil over facturen recreatiewoning

06/02/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBAMS:2025:10670 VvE vs CAR-verzekeraar, instorting funderingswerk

06/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.