VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBDHA:2026:1424 verdeling woning na beëindiging relatie

by VvERechstpraak.nl
07/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak speelt de verdeling van een woning die gezamenlijk eigendom is van twee voormalige partners, [partij A] en [partij B]. Na het beëindigen van hun affectieve relatie blijven zij gezamenlijk eigenaar van het appartement dat zij eind 2019 hebben gekocht. Partij B woont nog steeds in het appartement, terwijl partij A er al in mei 2020 vertrokken is. Het dispuut draait om de verdeling van de overwaarde van de woning, de vraag of partij B een gebruiksvergoeding moet betalen aan partij A, en of partij A moet bijdragen aan kosten die partij B heeft gemaakt voor het appartement.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2025:27177 college mag kruimelgevallenregeling toepassen ondanks bezwaren

ECLI:NL:RBDHA:2026:1424 verdeling woning na beëindiging affectieve relatie

ECLI:NL:RBZWB:2025:9667 VvE-besluit jaarrekening 2024 deels nietig verklaard

Het verloop van het proces en de feiten

Partijen zijn in december 2019 gezamenlijk eigenaar geworden van het appartement, dat ze kochten voor €175.000,- met een hypothecaire geldlening van €165.000,-. In maart 2020 eindigde hun relatie en vanaf mei 2020 woont partij A niet meer in de woning. Er is een conflict ontstaan over de wijze waarop de woning moet worden verdeeld, omdat partijen het niet eens kunnen worden over de overname of verkoop, en de daaraan gerelateerde financiële vergoedingen.

Partij A heeft de rechtbank verzocht om de woning toe te delen aan partij B, onder voorwaarden dat hij de hypothecaire lening aflost en partij A schadeloos stelt voor de overwaarde. Indien partij B dat niet binnen een bepaalde termijn kan realiseren, moet de woning aan een derde worden verkocht.

Partij B heeft op zijn beurt een tegenvordering ingediend, waarin hij verzoekt dat partij A de helft van de vaste lasten van de woning vanaf december 2019 vergoedt, en dat er rekening wordt gehouden met door hem gemaakte kosten bij de verdeling van de overwaarde.

De beslissing van de rechtbank.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de woning moet worden verdeeld, met inachtneming van de vergoedingsrechten van beide partijen. De rechtbank bepaalt dat partij B de woning mag overnemen als hij binnen drie maanden na de taxatie aantoont dat hij in staat is de eigendom volledig te verkrijgen en de overbedelingsvordering aan partij A te betalen, en partij A te ontslaan uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Lukt dat niet, dan moet de woning worden verkocht aan een derde.

De woning zal opnieuw worden getaxeerd door een makelaar, omdat de eerdere taxatie uit 2024 is verouderd. Bij de verdeling moet rekening worden gehouden met vergoedingsrechten van partij B, waaronder de helft van de meer afgeloste hypotheekschuld en een bedrag in verband met een lening bij ING.

De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de gebruiksvergoeding die partij A van partij B vordert gelijk moet zijn aan de helft van de eigenaarslasten die partij B heeft betaald. Er is geoordeeld dat partijen stilzwijgend afspraken hebben gemaakt waarbij partij A partij B in de gelegenheid stelde om in de woning te blijven wonen zonder dat daar een gebruiksvergoeding tegenover zou staan, zolang partij B de vaste lasten betaalde.

ADVERTISEMENT

Partij B’s vorderingen voor vergoeding van gebruikerslasten en renovatiekosten zijn afgewezen, omdat onvoldoende is aangetoond dat deze kosten als gezamenlijk gedragen moeten worden. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen, zodat elke partij de eigen kosten draagt.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBZWB:2025:9664 Eigen bijdrage VvE en mislukte opschorting

Next Post

ECLI:NL:RBAMS:2025:10670 VvE verliest schadevergoedingsclaim tegen verzekeraar na instorting

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBDHA:2025:27177 college mag kruimelgevallenregeling toepassen ondanks bezwaren

09/02/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBDHA:2026:1424 verdeling woning na beëindiging affectieve relatie

08/02/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBZWB:2025:9667 VvE-besluit jaarrekening 2024 deels nietig verklaard

08/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.