De zaak in het kort
In een geschil tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) en Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (NN) heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat NN niet verplicht is om dekking te verlenen onder de CAR-verzekering voor schade die is ontstaan door de instorting van een pand. De instorting vond plaats tijdens funderingsherstelwerkzaamheden uitgevoerd door Immo Onderhoud B.V., een aannemer die door de VvE was ingehuurd. De rechtbank oordeelde dat de aannemer niet volgens het advies van de constructeur had gewerkt, een voorwaarde voor dekking onder de verzekering.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE, die de eigenaren van een pand vertegenwoordigt, had opdracht gegeven voor funderingsherstel en uitbreiding van een kelder. Immo Onderhoud B.V. werd aangesteld om de werkzaamheden uit te voeren, en de werkzaamheden waren verzekerd onder een doorlopende CAR-verzekering van NN. De polisvoorwaarden van deze verzekering vereisten dat werkzaamheden aan dragende constructies moesten worden uitgevoerd op basis van schriftelijk vastgelegde berekeningen en adviezen van een deskundige constructeur.
Tijdens de werkzaamheden op 1 mei 2021 stortte het achterhuis van het pand in, waarna NN besloot geen dekking te verlenen omdat Immo niet volgens het vereiste constructeursadvies had gewerkt. Immo werd vervolgens op 16 augustus 2022 failliet verklaard. De VvE vorderde in de rechtszaak dat NN gehouden was dekking te verlenen en de schade te vergoeden, met rente en kosten.
NN voerde aan dat er geen dekking bestond omdat de werkzaamheden niet als “verzekerd werk” konden worden beschouwd volgens de polisvoorwaarden. Het advies van de constructeur was dat er een tafelconstructie moest worden geplaatst voorafgaand aan graafwerkzaamheden, maar dit was niet gebeurd. De rechtbank moest beoordelen of de polisvoorwaarden juist waren geïnterpreteerd en toegepast door NN, en of de werkzaamheden onder de dekking vielen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de VvE een rechtstreekse aanspraak op dekking onder de CAR-verzekering had, maar dat de instorting te wijten was aan het niet naleven van het advies van de constructeur. De werkzaamheden betroffen aanpassingen aan dragende constructies waarvoor het advies van de constructeur vereist was, en dat advies werd niet gevolgd. Hierdoor was er geen dekking onder artikel 1.2.2 van de polisvoorwaarden.
De rechtbank wees de vorderingen van de VvE af en oordeelde dat de VvE de proceskosten van NN moest betalen. De totale proceskosten werden begroot op € 4.215,00, inclusief nakosten. De rechtbank benadrukte dat, hoewel NN bij aanvang dekking had bevestigd, dit niet betekende dat dekking bleef bestaan wanneer de werkzaamheden niet conform het constructeursadvies werden uitgevoerd.
De uitspraak onderstreept het belang van het strikt naleven van polisvoorwaarden en technische adviezen bij verzekerde bouwprojecten. De VvE kon niet aantonen dat de afwijking van het constructeursadvies gerechtvaardigd was, en de rechtbank bevestigde dat het ontbreken van een tafelconstructie volgens het advies een doorslaggevende factor was voor het oordeel dat geen dekking bestond. Hierdoor werd de VvE verantwoordelijk gehouden voor de proceskosten en kon zij geen schadevergoeding van NN verkrijgen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




