De zaak in het kort
In dit geval behandelt de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam een geschil tussen [verzoeker] en de Vereniging van Eigenaars (VvE) [naam VvE]. De kwestie betreft de vernietiging van besluiten die zijn genomen tijdens een vergadering van de VvE op 3 augustus 2025. Deze besluiten worden door [verzoeker] aangevochten omdat ze in strijd zouden zijn met de redelijkheid en billijkheid. Daarnaast is er een verzoek van [verzoeker] om een machtiging te verkrijgen voor de wijziging van de splitsingsakte, wat door de VvE wordt betwist.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil draait om een appartementencomplex in Rotterdam, dat is gesplitst in twee appartementsrechten. [verzoeker] is eigenaar van een van de appartementsrechten, terwijl [persoon A], de bestuurder van de VvE, eigenaar is van het andere. De VvE bestaat dus slechts uit twee leden. Er zijn al meerdere geschillen geweest tussen [verzoeker] en [persoon A], met name over de besluiten van de VvE en het gedrag van [persoon A] als bestuurder.
Op 12 juli 2025 stuurde [persoon A] een uitnodiging aan [verzoeker] voor een vergadering op 27 juli 2025. [verzoeker] verzocht om uitstel van de vergadering, omdat hij van 26 juli tot 18 augustus 2025 in het buitenland zou zijn, en hij vroeg om de vergadering naar een latere datum te verplaatsen. [persoon A] bevestigde dat [verzoeker] een nieuwe oproep zou ontvangen. Na zijn terugkeer ontdekte [verzoeker] echter dat de vergadering al op 3 augustus 2025 had plaatsgevonden, zonder dat hij een nieuwe uitnodiging had gekregen.
Tijdens de zitting op 16 december 2025, waar [verzoeker] en zijn gemachtigde aanwezig waren, bracht [persoon A] per e-mail één uur voor aanvang naar voren dat zij niet aanwezig zou zijn vanwege verblijf in het buitenland. De kantonrechter besloot de zitting toch door te laten gaan.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat de besluiten van de vergadering van 3 augustus 2025 vernietigd moeten worden omdat ze in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid volgens artikel 2:8 BW. De kantonrechter benadrukt dat [persoon A] rekening had moeten houden met de afwezigheid van [verzoeker] en zijn verzoek om de vergadering te verplaatsen. Aangezien de VvE slechts twee leden heeft, was het eenvoudig om de vergadering op een ander moment te plannen. Het niet bieden van de mogelijkheid voor [verzoeker] om zijn stem uit te brengen is in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Daarnaast wijst de rechtbank het aanvullende verzoek van [verzoeker] om de splitsingsakte te wijzigen af. Dit verzoek werd te kort voor de geplande zitting ingediend en zou een uitgebreide voorbereiding van de rechtbank vereisen. Bovendien heeft [verzoeker] geen informatie verstrekt over eventuele belanghebbenden die betrokken zouden moeten worden, zoals vereist volgens artikel 5:139 BW.
De VvE wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van [verzoeker], die in totaal € 1.491,- bedragen. De kantonrechter bepaalt dat deze kosten niet over [verzoeker] mogen worden omgeslagen, hetgeen betekent dat [persoon A] als enig ander lid van de VvE deze kosten zelf moet dragen. Deze beslissing is ingegeven door het feit dat [persoon A] door haar handelen de procedure heeft uitgelokt. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat de uitspraak onmiddellijk kan worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt aangetekend.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



