VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:HR:2026:297 Hoge Raad verduidelijkt artikel 40 Wet WOZ en informatieplicht

by VvERechstpraak.nl
02/03/2026
Reading Time: 3 mins read
A A
0

De zaak in het kort

De Hoge Raad der Nederlanden heeft op 27 februari 2026 een arrest uitgesproken in een geschil tussen een belanghebbende en het dagelijks bestuur van Cocensus, met betrekking tot de waardebepaling van een onroerende zaak onder de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De zaak betrof een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, dat eerder een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland had beoordeeld. De kern van het geschil betrof het al dan niet verstrekken van bepaalde gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde van een woning, zoals bedoeld in artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ. De Hoge Raad verduidelijkte de reikwijdte van de informatieplicht van de heffingsambtenaar onder deze bepaling.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:969 conflict over kostenverdeling tussen VvE’s

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 verplicht PWN tot verstrekken NAW-gegevens aan Cocensus

ECLI:NL:HR:2026:297 waardevol inzicht in WOZ-procedures en KOUDVL-factoren

Het verloop van het proces en de feiten

De heffingsambtenaar van de gemeente Dijk en Waard had voor het kalenderjaar 2021 de waarde van een woning vastgesteld op € 657.000, overeenkomstig de Wet WOZ. Tegelijkertijd werd een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor dat jaar opgelegd. De belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking en aanslag en verzocht om de verstrekking van diverse stukken, zoals de onderbouwing van de indexering en de factoren die een waardeoordeel uitdrukken over de woning en referentiepanden, aangeduid als KOUDVL-factoren (kwaliteit, onderhoud, uitstraling, doelmatigheid, voorzieningen en ligging).

Tijdens de bezwaarprocedure verstrekte de heffingsambtenaar een taxatiematrix, waarin de afwijkende factoren bij de waardevaststelling werden genoemd. De belanghebbende was echter van mening dat niet alle benodigde informatie was verstrekt, met name gegevens over de gebruikte correctiepercentages bij afwijking van gemiddelde KOUDVL-waarderingen en de onderbouwing van het indexeringspercentage.

De Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat de vastgestelde waarde van de woning niet te hoog was en kende een vergoeding van € 500 toe voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Rechtbank vond dat de heffingsambtenaar niet hoefde over te gaan tot terugbetaling van het griffierecht aan de belanghebbende. In hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bleef de waarde van de woning buiten geschil, maar de vraag of artikel 40 van de Wet WOZ was geschonden, stond centraal. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende stukken had overlegd en dat artikel 40 niet was geschonden. Wel oordeelde het Hof dat de heffingsambtenaar het griffierecht moest terugbetalen.

De beslissing van de rechtbank.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest een aantal belangrijke overwegingen gemaakt over de uitleg van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ. Deze bepaling verplicht de heffingsambtenaar om op verzoek van de belanghebbende een afschrift te verstrekken van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde van de onroerende zaak. Deze informatieverplichting dient om een eventuele informatieachterstand van de belanghebbende weg te nemen en zinvolle bezwaarprocedures mogelijk te maken.

De Hoge Raad oordeelde dat voor de toepassing van artikel 40, lid 2, niet relevant is of vaste correctiepercentages voor KOUDVL-factoren nuttig of noodzakelijk zijn. Belangrijk is of de gevraagde gegevens daadwerkelijk zijn gebruikt bij de waardevaststelling. De Hoge Raad oordeelde dat de heffingsambtenaar in dit geval geen vaste correctiefactoren had gebruikt en dat de correcties berusten op een subjectieve inschatting van de taxateur. Daarom vielen deze correcties niet onder de informatieverplichting van artikel 40, lid 2.

Met betrekking tot de indexering van verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten oordeelde de Hoge Raad dat de belanghebbende daar in de bezwaarfase niet specifiek genoeg om had gevraagd. Bovendien waren de gebruikte indexeringsfactoren en de onderbouwing daarvan niet gegevens die onder artikel 40, lid 2, vielen.

ADVERTISEMENT

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof gedeeltelijk vernietigd, voor zover deze betrekking had op de vergoeding van immateriële schade. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van de Rechtbank wat betreft de vergoeding van immateriële schade en veroordeelde het dagelijks bestuur van Cocensus in de kosten van het geding in cassatie.

Samenvattend biedt deze uitspraak belangrijke verduidelijkingen over de verplichtingen van de heffingsambtenaar onder de Wet WOZ met betrekking tot het verstrekken van gegevens. De uitspraak benadrukt dat alleen gegevens die daadwerkelijk zijn gebruikt bij de waardevaststelling onder de informatieverplichting vallen. Dit arrest heeft implicaties voor hoe gemeenten gegevens moeten verstrekken en kan invloed hebben op toekomstige WOZ-procedures in Nederland.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 verplicht PWN tot verstrekken NAW-gegevens aan Cocensus

Next Post

ECLI:NL:RBNHO:2026:969 conflict over kostenverdeling tussen VvE’s

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBNHO:2026:969 conflict over kostenverdeling tussen VvE’s

03/03/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 verplicht PWN tot verstrekken NAW-gegevens aan Cocensus

01/03/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:HR:2026:297 waardevol inzicht in WOZ-procedures en KOUDVL-factoren

01/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.