De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak tussen een individuele appartementseigenaar, hierna aangeduid als [verzoekster], en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het gebouw waarin haar appartement zich bevindt. [verzoekster] had de kantonrechter verzocht om bepaalde besluiten van de VvE nietig te verklaren of te vernietigen. De besluiten betroffen het doorbelasten van reparatiekosten voor lekkages en het verhalen van ongemandateerde uitgaven op een voormalig bestuurslid van de VvE. De rechtbank oordeelde dat de verzoeken van [verzoekster] niet toewijsbaar waren en wees haar verzoeken af.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 14 augustus 2025 diende [verzoekster] een verzoekschrift in bij de rechtbank Amsterdam. Ze vroeg de kantonrechter om de besluiten van de VvE-vergadering van 16 juli 2025 nietig te verklaren of te vernietigen. Deze besluiten hielden in dat de kosten voor reparaties van lekkages zouden worden doorbelast aan de veroorzaker en dat ongemandateerde uitgaven zouden worden verhaald op een voormalig bestuurslid, [naam 4].
De VvE had eerder in een vergadering in februari 2023 [naam 4] verkozen als bestuurslid. Echter, na een conflict binnen de VvE, werd [naam 4] in november 2024 ontslagen als bestuurslid. Het conflict leidde tot een rechtszaak, waarbij [naam 4] werd veroordeeld tot overdracht van administratie en bestuurstaken aan de nieuwe bestuursleden.
De notulen van de VvE-vergadering van 26 juni 2025 en de daaropvolgende vergadering op 16 juli 2025 bevatten de besluiten die [verzoekster] ter discussie stelde. In deze vergaderingen werd onder meer besloten dat de reparatiekosten voor lekkages aan de veroorzaker zouden worden doorbelast en dat ongemandateerde uitgaven op [naam 4] zouden worden verhaald.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde de verzoeken van [verzoekster] aan de hand van de artikelen 2:14 en 2:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW), die betrekking hebben op de nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten van rechtspersonen. Volgens artikel 2:14 BW is een besluit nietig als het in strijd is met de wet of de statuten van de VvE. Volgens artikel 2:15 BW kan een besluit vernietigbaar zijn als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat [verzoekster] onvoldoende had toegelicht waarom de besluiten nietig zouden zijn en dat de enkele verwijzing naar de wet onvoldoende was. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot nietigverklaring af.
Wat betreft het subsidiaire verzoek tot vernietiging van de besluiten, oordeelde de rechtbank dat [verzoekster] geen redelijk belang had aangetoond. De VvE had tijdens de mondelinge behandeling verduidelijkt dat de bedragen in het besluit met betrekking tot de reparatiekosten niet zouden worden verhaald op [verzoekster]. Deze toelichting was door [verzoekster] niet betwist.
Ook het verzoek van [verzoekster] om bepaalde bestuursbesluiten administratief vast te leggen, werd door de rechtbank afgewezen. De kantonrechter was niet bevoegd om de VvE te verplichten bepaalde besluiten te nemen of niet te nemen.
De rechtbank besloot om de proceskosten te compenseren, gezien de verduidelijking van de VvE die pas tijdens de mondelinge behandeling werd gegeven. Uiteindelijk werden alle verzoeken van [verzoekster] afgewezen en droeg elke partij haar eigen proceskosten.
De uitspraak van de rechtbank toont het belang van een goede onderbouwing van juridische verzoeken en het aantonen van een redelijk belang bij de gevraagde juridische acties. Het onderstreept ook het belang van duidelijke communicatie en transparantie binnen verenigingen van eigenaars om geschillen te voorkomen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



