De zaak in het kort
De zaak betreft een kort geding aangespannen door twee leden van het bestuur van de Vereniging van Eigenaren (VvE) Coral Estate tegen een ander lid van de VvE. Het conflict is ontstaan door een patstelling in het bestuur, wat heeft geleid tot een oproep voor een buitengewone algemene ledenvergadering (BAV) met als agendapunten het ontslag van de twee eisende bestuursleden en de benoeming van nieuwe bestuurders. De eisers vorderen dat de oproep tot de BAV nietig wordt verklaard omdat niet aan het quorumvereiste van 10% van de leden is voldaan. De rechtbank beslist uiteindelijk dat de BAV moet worden uitgesteld.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon met een verzoekschrift van de eisers op 2 maart 2026. De gedaagde heeft op 6 maart 2026 nadere producties ingediend. Op 9 maart 2026 vond de mondelinge behandeling plaats, waarbij zowel de eisers als de gedaagde en hun gemachtigden aanwezig waren, evenals enkele tientallen toehoorders.
Eisers zijn voorzitter en bestuurslid van de VvE Coral Estate en hebben een geschil met de andere twee bestuursleden, wat heeft geleid tot een patstelling. Het vijfde bestuurslid heeft zich recentelijk teruggetrokken. Gedaagde, een lid van de VvE, heeft op 14 januari 2026 een verzoek gedaan om een BAV bijeen te roepen, conform de statuten van de VvE, omdat hij voldoende steun van de leden claimt te hebben. Toen het bestuur niet binnen de vereiste 14 dagen reageerde, heeft gedaagde zelf een BAV bijeengeroepen voor 15 maart 2026.
De agendapunten voor deze vergadering zijn het ontslag van de eisers en de benoeming van nieuwe bestuurders. De eisers betwisten de geldigheid van deze oproep, wijzend op het niet voldoen aan het quorumvereiste van 10% van de leden zoals vastgelegd in de statuten van de VvE.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de eisers niet voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het quorumvereiste niet is gehaald. Hoewel er twijfels zijn over de geldigheid van sommige verzoeken, is er onvoldoende bewijs geleverd dat de oproep tot de BAV niet rechtsgeldig is. De rechtbank merkt op dat er mogelijkheid is voor bekrachtiging van de verklaringen door leden, en dat de statuten geen specifieke vorm voorschrijven behalve dat een verzoek schriftelijk moet zijn.
Ondanks het feit dat de eisers niet volledig in hun gelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de BAV uit te stellen. Dit uitstel is bedoeld om te waarborgen dat alle leden tijdig en correct worden opgeroepen voor de vergadering, aangezien de eerdere oproep niet alle leden heeft bereikt. De BAV wordt uitgesteld tot 19 april 2026, wat samenvalt met de datum waarop de eisers een reguliere algemene vergadering willen houden.
De rechtbank wijst de vordering tot rectificatie af, omdat er onvoldoende belang bij bestaat. De proceskosten worden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, wat inhoudt dat deze onmiddellijk van kracht is, ongeacht eventuele beroepsprocedures. De rechter benadrukt dat het uitstel in het belang is van zowel de partijen in het kort geding als de overige leden van de VvE en de VvE zelf, om onzekerheid en conflict te vermijden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




