De zaak in het kort
In deze zaak stonden een man en een vrouw tegenover elkaar die vroeger een affectieve relatie hadden en samenwerkten in een dakdekkersbedrijf, een eenmanszaak van de man. Na het eindigen van hun relatie hebben beiden juridische vorderingen tegen elkaar ingediend. De kantonrechter verwees de vorderingen van de man naar de sectie Handel en Insolventie van de rechtbank Noord-Holland, omdat de omvang van deze vorderingen de competentie van de kantonrechter overschreed. De man eiste schadevergoeding wegens vermeend omzetverlies en extra kosten voor een nieuwe website, plus een gebod voor de vrouw om zich niet negatief over hem uit te laten. De rechtbank wees de vorderingen van de man echter af, omdat deze onvoldoende onderbouwd waren.
Het verloop van het proces en de feiten
De man en de vrouw hadden een affectieve relatie en werkten samen in de eenmanszaak van de man, waar de man de dakdekkerswerkzaamheden verrichtte en de vrouw de administratie deed. In juni 2024 eindigde hun relatie, waarna de vrouw de gezamenlijke woning verliet. In de nasleep hiervan ontstond een conflict over de bedrijfsvoering en financiële afwikkeling. De vrouw zou via het platform Trustoo potentiële klanten van de man gewaarschuwd hebben geen zaken met hem te doen vanwege persoonlijke en financiële geschillen. Dit zou volgens de man tot omzetverlies hebben geleid. Ook beschuldigde hij de vrouw ervan bedrijfsprocessen te verstoren door afspraken uit de agenda te verwijderen en hem de toegang tot belangrijke bedrijfslogins en de website te ontzeggen.
In de zomer van 2024 wisselden de man en de vrouw diverse berichten uit waarin zij elkaar beschuldigden van het niet nakomen van afspraken en financiële verplichtingen. De man claimde dat de vrouw dreigde met het verwijderen van bedrijfsgegevens en daadwerkelijk afspraken uit de agenda verwijderde, wat zijn bedrijfsvoering zou hebben geschaad. De vrouw erkende het plaatsen van een waarschuwingsbericht op Trustoo, maar betwistte dat zij bedrijfsprocessen had verstoord of schade had veroorzaakt.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de man zijn vorderingen onvoldoende had onderbouwd. Ten aanzien van de website concludeerde de rechtbank dat er geen bewijs was dat de vrouw deze had verwijderd of geblokkeerd. Er was bovendien geen causaal verband aangetoond tussen de gestelde handelingen van de vrouw en de door de man beweerde schade. De rechtbank vond ook dat het achterhouden van logins niet tot toerekenbare schade had geleid, omdat de man uiteindelijk zonder hulp van de vrouw weer toegang tot zijn accounts had verkregen.
De rechtbank oordeelde verder dat er geen bewijs was dat de vrouw daadwerkelijk afspraken uit de Google Calendar had verwijderd. Het dreigement zou in de context van de uitwisseling van berichten meer als een uiting van frustratie dan als een feitelijke handeling moeten worden gezien. Wat betreft de negatieve uitlatingen op Trustoo, stelde de rechtbank dat er geen schade was aangetoond die het gevolg zou zijn van deze handelingen, mede gezien de timing van het bericht.
Het gevorderde gebod aan de vrouw om zich niet negatief over de man te uiten werd afgewezen bij gebrek aan belang. De vrouw had al verklaard dat zij zich niet meer negatief over de man zou uitlaten, en het algemene karakter van het gevorderde gebod zou een ontoelaatbare inbreuk maken op de vrijheid van meningsuiting.
De rechtbank veroordeelde de man in de proceskosten van de vrouw, omdat hij in het ongelijk was gesteld. De kosten werden vastgesteld op €1.861,00.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




