VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 – Vonnis over huurbeëindiging en opleveringsgeschil

by VvERechstpraak.nl
20/03/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

De eisers, [eiser 1] en [eiser 2], verhuurden een appartement aan de gedaagde, [gedaagde], en een tweede huurder, [naam]. Er ontstond een geschil over de einddatum van de huurovereenkomst en de oplevering van de woning. [eisers] vonden dat de woning niet schoon, leeg en zonder gebreken was achtergelaten. Tijdens de procedure kwam er een schikking met [naam], die € 5.000 betaalde, waarna de rechtsvorderingen tegen haar werden ingetrokken. De vorderingen tegen [gedaagde] bleven staan, maar [gedaagde] betwistte de claims. De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] nog huur moest betalen voor twee maanden en gedeeltelijk aansprakelijk was voor schadevergoeding, maar uiteindelijk niets hoefde te betalen door eisvermindering, afgezien van de proceskosten.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:OGEAM:2026:34 Mary Regina vs Nine South over appartementsrechten

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 huurgeschil einddatum en oplevering

ECLI:NL:OGEAM:2026:36 Notaris verantwoordelijk voor nalatigheid bij appartementsoverdracht

Het verloop van het proces en de feiten

De procedure begon met een dagvaarding en omvatte verschillende processtukken: de akte vermindering van eis, de conclusie van antwoord, de conclusie van repliek en de conclusie van dupliek. De kantonrechter besloot uiteindelijk tot een vonnis. De feiten zijn als volgt: [eisers] verhuurden de woning aan [gedaagde] en [naam] per 1 mei 2022. De huurprijs was € 900 exclusief nutsvoorzieningen en € 150 voor een parkeerplaats. De huurovereenkomst bevatte bepalingen over de oplevering van de woning in goede staat bij beëindiging van de huur, en de toepassing van de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte.

[gedaagde] zegde de huur per e-mail op 3 september 2023 op, maar [eisers] eisten dat hij aan bepaalde voorwaarden voldeed voor een eerdere beëindiging. De sleutels werden op 2 oktober 2023 ingeleverd, waarna [eisers] de woning lieten leeghalen en schoonmaken. De woning werd pas per 1 januari 2024 aan een nieuwe huurder verhuurd.

De beslissing van de rechtbank

De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst per 1 november 2023 was geëindigd. [gedaagde] moest dus nog huur voor september en oktober 2023 betalen. De vorderingen van [eisers] omvatten achterstallige huur, energiekosten, mutatiekosten, huurderving en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente. De eis werd verminderd met € 5.000.

Voor de energiekosten werd een bedrag van € 946,95 toegewezen voor elektriciteitskosten tot juni 2023, maar de kosten voor de periode daarna en voor waterverbruik werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. [gedaagde] erkende de kosten voor het leeghalen van de woning, waardoor € 1.149,50 werd toegewezen. Voor herstelkosten werd € 216,61 toegewezen, gerelateerd aan de radiator en stopcontacten. De overige herstelkosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

De claim voor huurderving werd afgewezen, omdat [gedaagde] niet verantwoordelijk werd gehouden voor de vertraging in het opnieuw verhuren van de woning. De kantonrechter kende wel buitengerechtelijke kosten van in totaal € 610,45 toe. De totale toewijzing voor [gedaagde] bedroeg € 4.413,06, maar na verrekening van de borg en betaling door [naam] bleef er niets meer te betalen.

[gedaagde] moest wel de proceskosten van € 1.419,90 betalen, omdat het instellen van de procedure nodig was om zijn betalingsverplichting vast te stellen. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

ADVERTISEMENT

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBROT:2026:2027 vervangende machtiging externe VvE-beheerder verleend

Next Post

ECLI:NL:RBAMS:2026:1673 Vordering koopovereenkomst woning afgewezen wegens schriftelijkheidsvereiste

Gerelateerde uitspraken>>>

VvE-Incasso

ECLI:NL:OGEAM:2026:34 Mary Regina vs Nine South over appartementsrechten

19/03/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 huurgeschil einddatum en oplevering

19/03/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:OGEAM:2026:36 Notaris verantwoordelijk voor nalatigheid bij appartementsoverdracht

18/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.