De zaak in het kort
In deze zaak stond een geschil centraal tussen meerdere appartementseigenaren en de vereniging van eigenaren (VvE) betreffende de kwalificatie van een dak als privégedeelte of als gemeenschappelijk gedeelte. Het besluit van de VvE om het dak als privégedeelte van één van de eigenaren te kwalificeren, werd door de verzoekers aangevochten. Zij betoogden dat het dak gemeenschappelijk is, waardoor de kosten voor herstel van lekkages gezamenlijk gedragen zouden moeten worden. De rechtbank oordeelde dat het besluit van de VvE nietig was en dat het dak als gemeenschappelijk moest worden beschouwd. Tevens werd vastgesteld dat de verzoekers niet-ontvankelijk waren in hun verzoeken om onderzoek en verdeling van herstelkosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift, ingediend door de verzoekers, waarin zij stelden dat een door de VvE genomen besluit onjuist was. Dit besluit betrof de kwalificatie van het dak boven hun commerciële ruimte als een privégedeelte, terwijl de verzoekers het dak als gemeenschappelijk beschouwden. Dit onderscheid is cruciaal omdat het bepaalt wie verantwoordelijk is voor de kosten van onderhoud en reparatie. In de zomer van 2023 waren er lekkages in het dak ontstaan, wat leidde tot noodmaatregelen van de verzoekers. Zij wilden dat zowel de kosten voor deze maatregelen als voor een nader onderzoek naar de oorzaak van de lekkages door de gezamenlijke eigenaren werden gedragen.
Tijdens de algemene ledenvergadering van de VvE op 3 februari 2025 werd besloten dat het dak tot het privégedeelte van de verzoekers behoorde. Echter, er werd geen besluit genomen over het uitvoeren van een onderzoek naar de lekkages. De verzoekers vochten deze besluiten aan en vroegen de rechtbank om het besluit over de kwalificatie van het dak nietig te verklaren en te erkennen dat het dak een gemeenschappelijk onderdeel is.
De verdediging door de VvE en de gemeente, die ook appartementseigenaar is, stelde dat het dak inderdaad tot het privégedeelte van de verzoekers behoort. De gemeente was van mening dat de kosten voor onderzoek en herstel niet door de gezamenlijke eigenaren gedragen moesten worden.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat het besluit van de VvE nietig was. De rechtbank baseerde haar oordeel op de splitsingsakte en het modelreglement, waarin het dak als gemeenschappelijk werd aangemerkt. Het ontbreken van een expliciete vermelding van het dak in de gemeenschappelijke zaken binnen de splitsingsakte betekende niet automatisch dat het dak tot het privégedeelte behoorde. Er was immers geen aanwijzing in de akte die het dak expliciet uitsloot van de gemeenschappelijke delen. De rechtbank kwam tot de conclusie dat het dak als gemeenschappelijk moest worden beschouwd.
Wat betreft de verzoeken van de verzoekers om verklaringen voor recht over het onderzoek naar het dak en de verdeling van de herstelkosten, oordeelde de rechtbank dat de verzoekers hierin niet-ontvankelijk waren. Tijdens de vergadering was er geen besluit genomen over deze punten, en zonder een bestaand besluit kon de rechtbank geen nietigheid of vernietiging uitspreken.
Ten slotte besloot de rechtbank dat de proceskosten worden gecompenseerd, omdat beide partijen deels in het gelijk waren gesteld. Iedere partij moest daarom de eigen kosten dragen. De uitspraak biedt de betrokken partijen aanleiding om verder te overleggen over de te nemen stappen voor onderzoek en herstel van het dak.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




