De zaak in het kort
In deze zaak stonden een man en een vrouw tegenover elkaar die voorheen een affectieve relatie hadden en samenwerkten in de eenmanszaak van de man, een dakdekkersbedrijf. Na het beëindigen van hun relatie ontstonden er geschillen over zakelijke aangelegenheden, waarop beide partijen vorderingen tegen elkaar instelden bij de kantonrechter. De vorderingen van de man werden verwezen naar de sectie Handel en Insolventie van de rechtbank, omdat deze de competentiegrens van de kantonrechter overschreden. De man vorderde schadevergoeding van de vrouw wegens omzetverlies en kosten voor het bouwen van een nieuwe website, te vermeerderen met rente. Daarnaast eiste hij dat de vrouw zou stoppen met het verspreiden van negatieve uitlatingen over hem, onder dreiging van een dwangsom. De rechtbank wees de vorderingen van de man af wegens gebrek aan bewijs voor de gestelde schade en de effectiviteit van het gevorderde gebod.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een tussenvonnis waarbij een mondelinge behandeling werd bevolen. Tijdens deze behandeling werden door beide partijen stukken ingediend en verklaringen afgelegd. Het conflict ontstond nadat de affectieve relatie tussen de man en de vrouw in juni 2024 was geëindigd. De vrouw verliet de woning van de man, en de samenwerking in het dakdekkersbedrijf kwam onder druk te staan.
De man en de vrouw wisselden in die periode berichten uit via WhatsApp, waarin de vrouw dreigde de bedrijfsvoering van de man te verstoren indien hij haar niet zou betalen. Dit omvatte onder andere dreigementen om de bedrijfswebsite en afspraken in de agenda te verwijderen. De man beweerde dat de vrouw daadwerkelijk afspraken had verwijderd en bedrijfsprocessen had verstoord, wat leidde tot omzetverlies in de maanden juli en augustus 2024. Hij stelde dat de vrouw onrechtmatig had gehandeld door negatieve berichten op Trustoo, een platform voor klantbeoordelingen, te plaatsen.
In de loop van de procedure presenteerde de man bewijsmateriaal zoals e-mails en een rapportage over omzetverlies, maar de vrouw betwistte de beweringen van de man. Ze erkende enkele handelingen, zoals het plaatsen van het bericht op Trustoo, maar ontkende dat deze tot schade hadden geleid. De vrouw voerde aan dat de man onvoldoende had aangetoond dat haar acties daadwerkelijk tot de door hem gestelde verliezen hadden geleid.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank wees de vorderingen van de man af. De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat de vrouw onrechtmatig had gehandeld of dat haar acties tot schade hadden geleid. De conclusies van de rechtbank waren als volgt:
1. **Verwijderen of blokkeren van de website**: De man kon niet aantonen dat de vrouw de website van de eenmanszaak had verwijderd of geblokkeerd. De rechtbank vond het bewijs hiervoor onvoldoende en wees de claim af.
2. **Achterhouden van logins**: Hoewel de vrouw toegaf logins te hebben achtergehouden, oordeelde de rechtbank dat dit niet tot schade kon worden toegerekend, omdat de man uiteindelijk zonder haar hulp weer toegang kreeg tot zijn accounts.
3. **Achterhouden van de simkaart**: De rechtbank vond geen bewijs dat het achterhouden van de simkaart door de vrouw tot schade had geleid, aangezien klanten nog steeds contact konden opnemen met de man.
4. **Verwijderen van afspraken uit de Google Calendar**: De man had onvoldoende bewijs geleverd dat de vrouw daadwerkelijk afspraken had verwijderd, en dat er daardoor omzetverlies was ontstaan.
5. **Bericht op Trustoo**: De rechtbank liet in het midden of het plaatsen van het bericht onrechtmatig was, omdat er geen causaal verband was tussen het bericht en de gestelde schade.
Het gevorderde gebod om de vrouw te verbieden zich negatief over de man uit te laten, werd afgewezen wegens gebrek aan belang en omdat het te algemeen geformuleerd was. De rechtbank veroordeelde de man in de proceskosten van de vrouw, omdat hij in het ongelijk was gesteld.
In conclusie, de rechtbank vond dat de man niet voldoende bewijs had geleverd om zijn vorderingen te ondersteunen, en dat veel van de door hem gestelde feiten niet tot de door hem gestelde schade hadden geleid. De zaak benadrukt het belang van gedegen bewijsvoering in civiele geschillen en de noodzaak voor partijen om zorgvuldig te onderbouwen hoe specifieke handelingen tot aantoonbare schade hebben geleid.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




