De zaak in het kort
In deze zaak draait het om een geschil tussen een appartementsrechteigenaar en de Vereniging van Eigenaars (VvE) over de financiële verantwoordelijkheid voor mogelijke schade door een geplande uitbouw. De eigenaar, die de uitbouw wil realiseren, verzet zich tegen een besluit van de VvE dat zij de kosten voor een deskundige moet voorschieten als er onenigheid ontstaat over door de uitbouw veroorzaakte schade. De kantonrechter en het gerechtshof in hoger beroep oordelen dat dit besluit van de VvE niet onredelijk is.
Het verloop van het proces en de feiten
De appellanten zijn in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de kantonrechter, waarin hun verzoek om het besluit van de VvE te vernietigen werd afgewezen. Zij willen dat het hof de beschikking vernietigt en hun verzoeken alsnog toewijst, met veroordeling van de VvE in de kosten van de procedure. De VvE heeft een verweerschrift ingediend en vraagt om bekrachtiging van de beschikking en eveneens om veroordeling van de appellanten in de kosten.
De feiten van de zaak zijn als volgt: de eigenaar van een appartementsrecht, gelegen op de begane grond van een gebouw, wil een uitbouw realiseren. De VvE, opgericht bij een splitsingsakte in 2010, heeft in haar modelreglement opgenomen dat voor een dergelijke verbouwing toestemming van de vergadering nodig is. Tijdens een vergadering in augustus 2023 werd de verbouwing na discussie goedgekeurd, met de voorwaarde dat er een verbouwingsovereenkomst zou worden opgesteld door een gespecialiseerd advocatenkantoor. Deze overeenkomst bevatte onder andere een bepaling, punt 15, die bepaalt dat bij onenigheid over schade door de uitbouw een deskundige zal worden ingeschakeld, en dat de eigenaar de kosten daarvan moet voorschieten.
De eigenaar verzocht de VvE om deze bepaling te schrappen, maar dit verzoek werd afgewezen tijdens een volgende vergadering in maart 2024. De eigenaar vond dat het behoud van deze bepaling onredelijk was en stapte naar de rechter om het besluit te laten vernietigen. De kantonrechter oordeelde echter dat het besluit niet onredelijk was, en wees de verzoeken van de eigenaar af.
De beslissing van de rechtbank.
In hoger beroep voerden de appellanten aan dat tijdens de vergadering van augustus 2023 expliciet was afgesproken dat er geen aanvullende voorwaarden aan de verbouwingsovereenkomst zouden worden toegevoegd. Volgens hen was punt 15 een nieuwe en onredelijke voorwaarde. Het hof oordeelde dat punt 15 niet als een nieuwe voorwaarde kon worden gezien, maar als een procedureafspraak die onder het oorspronkelijke besluit valt. Het hof volgde de overwegingen van de kantonrechter dat het voorschieten van de kosten door de eigenaar gerechtvaardigd is, omdat zij de verbouwing willen realiseren en het potentiële schaderisico daardoor ontstaat. De uiteindelijke kostenverantwoordelijkheid zou afhangen van de uitkomst van het deskundigenrapport. Het hof bekrachtigde daarom de beslissing van de kantonrechter en veroordeelde de appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Het hof benadrukte dat de regeling in punt 15 niet onredelijk was gezien het feit dat de appartementen eigenaren de verbouwing willen uitvoeren en dat het onredelijk zou zijn om de andere eigenaren van de VvE deze kosten te laten dragen. De benoeming van een deskundige zou gezamenlijk gebeuren, en de uiteindelijke kosten zouden afhankelijk zijn van wie er ongelijk heeft volgens het deskundigenrapport. De vrees van de appellanten dat buren hen via dit punt zouden dwarszitten, werd ongegrond verklaard, omdat de buren zich niet rechtstreeks op punt 15 kunnen beroepen. De grieven van de appellanten werden allemaal ongegrond verklaard, en de bestreden beslissing werd bekrachtigd.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



