VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBAMS:2026:1809 Vervanging vloer bovenburen na geluidsoverlast

by VvERechstpraak.nl
25/03/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In een rechtszaak bij de rechtbank Amsterdam heeft een onderbuurvrouw, hierna [eiseres], een juridische strijd gevoerd tegen haar bovenburen, hierna [gedaagden], over geluidsoverlast veroorzaakt door een houten vloer. De vloer voldeed niet aan het Modelreglement dat van toepassing is binnen de Vereniging van Eigenaren (VvE). De rechter besloot dat de bovenburen hun vloer moeten vervangen omdat deze onvoldoende geluidsisolatie bood en onredelijke hinder veroorzaakte. De bovenburen waren niet in staat hun beroep op uitzonderingsclausules te onderbouwen. De rechtbank wees de vordering van de onderbuurvrouw toe om de vloer te vervangen en veroordeelde de bovenburen om de kosten voor het aantonen van de geluidsoverlast te betalen. Ook werd een deel van de schadevergoeding toegewezen, terwijl immateriële schadevergoeding werd afgewezen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 – conflict over bedrijfsvoering na beëindiging relatie

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 conflict tussen voormalige partners over zakelijke schadevergoedingen

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510: afwijzing vorderingen ex-partner dakdekkersbedrijf

Het verloop van het proces en de feiten

De procedure begon met een dagvaarding door [eiseres] op 4 februari 2025, waarna [gedaagden] op 2 april 2025 hun conclusie van antwoord en een voorwaardelijke tegenvordering indienden. De zaak betrof een appartementencomplex dat in 2010 was opgesplitst in drie appartementsrechten. Het Modelreglement uit 2006 was van toepassing, dat bepaalde dat vloeren zo moesten zijn dat contactgeluiden zoveel mogelijk werden beperkt. In 2013 werd een nieuwe houten vloer gelegd in het appartement van [gedaagden]. Kort na de verhuizing van [gedaagden] in 2023 meldde [eiseres] geluidsoverlast door met name de dochter van [gedaagden].

Ondanks bemiddelingspogingen en akoestisch onderzoek door KGI Groep en Geluidconsult, die de geluidsoverlast bevestigden, kwamen [gedaagden] en [eiseres] niet tot een oplossing. [eiseres] vorderde de verwijdering en vervanging van de vloer door [gedaagden] en een schadevergoeding voor de overlast. [gedaagden] betwistten de bevindingen van de geluidsonderzoeken en voerden aan dat hun vloer voldoende geïsoleerd was. Ook dienden zij een tegenvordering in voor het vervangen van de vloer van [eiseres] indien zij zelf tot vervanging werden gedwongen.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat de houten vloer van [gedaagden] niet voldeed aan de vereisten van het Modelreglement, omdat deze onvoldoende geïsoleerd was en daardoor onredelijke geluidshinder veroorzaakte. Het beroep van [gedaagden] op de uitzonderingsclausule van het Modelreglement slaagde niet, omdat de vloer na de splitsing in 2010 was vervangen. [gedaagden] konden niet aantonen dat de vloer aan de noodzakelijke geluidsisolatienormen voldeed.

De rechtbank veroordeelde [gedaagden] om de vloer binnen twee maanden te vervangen en legde een dwangsom op voor elke dag dat zij in gebreke bleven. De rechtbank kende [eiseres] een vergoeding toe voor de gemaakte kosten om de geluidsoverlast aan te tonen, maar wees de immateriële schadevergoeding af vanwege onvoldoende onderbouwing. De overige gestelde schadeposten werden verwezen naar een schadestaatprocedure voor verdere beoordeling.

De tegenvordering van [gedaagden] werd afgewezen wegens onvoldoende belang, omdat zij geen geluidshinder door de vloer van [eiseres] hadden ondervonden. De proceskosten werden ten laste van [gedaagden] gebracht, die ook de kosten van de rechtsprocedure moesten dragen. De rechtbank gaf opdracht tot aanvulling van het vonnis om de verwijzing naar de schadestaatprocedure op te nemen, waarmee een eerder verzuim werd hersteld.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBMNE:2026:785 huisverbod terecht opgelegd wegens overlast

Next Post

ECLI:NL:GHDHA:2026:402: hof Den Haag beslist buitenruimte is privé-eigendom

Gerelateerde uitspraken>>>

Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 – conflict over bedrijfsvoering na beëindiging relatie

22/03/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 conflict tussen voormalige partners over zakelijke schadevergoedingen

21/03/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510: afwijzing vorderingen ex-partner dakdekkersbedrijf

20/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.