De zaak in het kort
De zaak betreft een juridische procedure tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en een Vereniging van Eigenaren (VvE) over de kostenverdeling voor onderhoud en beheer van een toegangspoorteninstallatie en een brandveiligheidssysteem voor een parkeergarage onder een appartementencomplex. De parkeergarage is eigendom van de gemeente, terwijl de appartementen en commerciële ruimtes boven de garage deels eigendom zijn van andere particuliere eigenaren. De gemeente betwist de besluiten van de VvE om de kosten niet als gemeenschappelijke lasten te beschouwen en verzoekt de rechtbank om de besluiten nietig te verklaren of te vernietigen.
Het verloop van het proces en de feiten
Bij de splitsingsakte van 1988 is het perceel gesplitst in drie appartementsrechten, waaronder een parkeergarage met 152 parkeerplaatsen. De parkeergarage is vrij toegankelijk voor publiek, wat tot overlast leidde voor de bewoners. In 2019 besloot de gemeenteraad om de parkeergarage af te sluiten voor het publiek, in overleg met de VvE. In 2025 keurde de brandweer het brandveiligheidssysteem van de parkeergarage af, waarna de gemeente een volledige inspectie liet uitvoeren.
Tijdens een Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VvE stelde de gemeente twee voorstellen voor: (i) het verleggen van de beheer- en onderhoudskosten van de toekomstige toegangspoorteninstallatie, en (ii) de kosten van het brandveiligheidssysteem voor rekening van de VvE. Beide voorstellen werden afgewezen. Hierop verzocht de gemeente de kantonrechter om de besluiten nietig te verklaren, te vernietigen of een alternatieve kostenverdeling vast te stellen conform de splitsingsakte. Daarnaast verzocht de gemeente om de VvE in de proceskosten te veroordelen.
De VvE verweerde zich door te stellen dat de besluiten niet in strijd zijn met de splitsingsakte en dat de gemeente onvoldoende grond heeft voor haar verzoeken. De VvE stelde ook dat de gemeente de kosten van de procedure zou moeten dragen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde dat de besluiten van de VvE niet in strijd zijn met de splitsingsakte. De splitsingsakte specificeert dat toekomstige voorzieningen in de parkeergarage niet als gemeenschappelijk worden beschouwd, wat ook geldt voor de toegangspoorteninstallatie en het brandveiligheidssysteem. De kantonrechter oordeelde dat de bepalingen in de splitsingsakte niet alleen taalkundig maar ook objectief beoordeeld moeten worden, en dat de besluiten van de VvE in lijn zijn met de redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank besliste dat de toegangspoorteninstallatie niet onder de gemeenschappelijke zaken valt zoals omschreven in de splitsingsakte. Hetzelfde geldt voor de brandveiligheidsinstallatie, die als een voorziening wordt aangemerkt die niet gemeenschappelijk is, aangezien de parkeergarage tot een privé-gedeelte behoort. Bovendien ligt de bevoegdheid voor afsluiting van de parkeergarage bij de gemeente, wat ook in de splitsingsakte is vastgelegd.
Daarnaast wees de rechtbank het subsidiaire standpunt van de gemeente af, dat de besluiten vernietigd zouden moeten worden wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank vond dat de weigering van de VvE om de kosten voor de toegangspoorteninstallatie en het brandveiligheidssysteem te dragen, niet onredelijk was, vooral gezien de verantwoordelijkheid van de gemeente om geen overlast te veroorzaken voor de andere eigenaren.
In conclusie, de rechtbank verwierp zowel de primaire als de subsidiaire verzoeken van de gemeente en veroordeelde de gemeente in de proceskosten, begroot op €720, inclusief nakosten. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de gemeente de kosten onmiddellijk moet voldoen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




