VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:OGEAC:2026:49 beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bouwvergunning Curaçao

by VvERechstpraak.nl
31/03/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak oordeelt het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao over een beroep van twee eisers tegen een beslissing van de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP). De minister heeft het bezwaar van de eisers tegen een verleende bouwvergunning niet-ontvankelijk verklaard vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding. De bouwvergunning was al in augustus 2020 verleend, maar de eisers dienden pas in april 2023 bezwaar in, ruim buiten de wettelijke termijn van zes weken na de publicatie van de vergunning.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:785 huisverbod na ernstige overlast door burgemeester gehandhaafd

ECLI:NL:RBAMS:2026:1809 Vervanging vloer bovenburen na geluidsoverlast

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 – conflict over bedrijfsvoering na beëindiging relatie

Het verloop van het proces en de feiten

De minister verleende op 5 augustus 2020 een bouwvergunning aan O.D. International Investment N.V. voor de bouw van een woonhuis op een perceel in het Boca Gentil Resort te Curaçao. De vergunninghouder, als rechtsopvolger van de oorspronkelijke vergunninghouder, is betrokken als derde-belanghebbende in deze zaak. De eisers, beiden woonachtig in Curaçao, maakten op 19 april 2023 pro forma bezwaar tegen deze beschikking en dienden aanvullende gronden in op 24 november 2023. Een hoorzitting vond plaats op 3 september 2025, waarna de minister besloot het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren wegens termijnoverschrijding.

De minister baseerde zijn beslissing op het advies van een commissie, die stelde dat de bezwaartermijn liep van 27 augustus 2020 tot en met 7 oktober 2020. Het bezwaar van de eisers werd echter pas op 19 april 2023 ingediend. De commissie vond dat niet-ontvankelijkheid van het bezwaar niet achterwege kon blijven, omdat de eisers redelijkerwijs niet als niet-verwijtbaar konden worden beschouwd voor het overschrijden van de termijn. De eisers hadden voor de commissie verklaard dat ze pas in maart 2023 activiteiten op het terrein hadden waargenomen die op bouwwerkzaamheden duidden. Echter, de vergunninghouder had al in 2022 werkzaamheden uitgevoerd. De commissie achtte het aannemelijk dat de eisers al eerder op de hoogte hadden kunnen zijn van de bouwvergunning, gezien de publicatie ervan sinds 2020 en de activiteiten van de Vereniging van Eigenaren in 2021.

De beslissing van de rechtbank.

Het Gerecht oordeelt dat het beroep van de eisers ongegrond is. De beroepsgronden slagen niet, omdat de eisers verwijtbaar te laat waren met het indienen van hun bezwaar. Het Gerecht legt uit dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken is en dat deze termijn start op de dag na de uitreiking van de beschikking. De eisers hadden redelijkerwijs al in 2022 kunnen weten dat een bouwvergunning was verleend, gezien de werkzaamheden die toen al plaatsvonden. Omdat de exacte datum van de werkzaamheden in 2022 niet kon worden vastgesteld, ging het Gerecht uit van 31 december 2022 als het moment waarop de eisers op de hoogte hadden kunnen zijn. Het bezwaar had dan uiterlijk op 11 februari 2023 ingediend moeten worden, maar dit gebeurde pas op 19 april 2023. Daarmee was het bezwaar niet tijdig en dus niet verschoonbaar ingediend.

Het Gerecht concludeert dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep van de eisers tegen deze beslissing is daarom ongegrond. De verleende bouwvergunning blijft in stand en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken na de uitspraak hoger beroep in te stellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ADVERTISEMENT
ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:OGEAM:2026:44 Vordering VvE, opschorting betalingsverplichting afgewezen

Gerelateerde uitspraken>>>

Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBMNE:2026:785 huisverbod na ernstige overlast door burgemeester gehandhaafd

26/03/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBAMS:2026:1809 Vervanging vloer bovenburen na geluidsoverlast

25/03/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 – conflict over bedrijfsvoering na beëindiging relatie

22/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.