De zaak in het kort
In deze zaak vordert een Vereniging van Eigenaren (VvE) bij de rechtbank Amsterdam een verbod op de exploitatie van een mozzarellafabriek door een huurder in een bedrijfsruimte van een gebouw dat onder het beheer van de VvE valt. De VvE stelt dat de kaasproductie aanzienlijke overlast veroorzaakt voor de omwonenden en schade aan het gebouw heeft toegebracht. Hoewel de VvE verschillende vorderingen heeft ingediend, waaronder een exploitatieverbod en schadevergoeding, heeft de rechtbank in een tussenvonnis besloten dat er meer informatie nodig is voordat er een definitieve beslissing kan worden genomen. De rechtbank heeft daarom een deskundige benoemd om de gestelde geur- en geluidsoverlast te onderzoeken.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE beheert het gebouw aan de [adres 1], waarin [gedaagde 1] eigenaar is van een bedrijfsruimte die wordt verhuurd aan [handelsnaam]. Deze huurder produceert mozzarella en ricotta in de ruimte. Op enig moment is afvalwater met kaasresten in de kruipruimte onder de bedrijfsruimte gelekt, wat ernstige stankoverlast veroorzaakte. De VvE, die stelt dat de kaasproductie voor aanzienlijke overlast zorgt, heeft daarom diverse juridische stappen ondernomen.
De VvE heeft verschillende vorderingen ingediend tegen [handelsnaam] en [gedaagde 1]. Deze omvatten onder andere het verbieden van de exploitatie van de mozzarellafabriek, het herstellen van schade aan het gebouw, en het betalen van een boete en schadevergoeding. De VvE wil ook dat [handelsnaam] een gebruikersverklaring overlegt die in overeenstemming is met het modelreglement van het gebouw.
Tijdens de procedure heeft de rechtbank een aantal beslissingen genomen. De vordering om [gedaagde 1] te verbieden de bedrijfsruimte te verhuren zonder een gebruikersverklaring, werd afgewezen, hoewel de boete wegens het niet overleggen van de verklaring wel werd toegewezen. De rechtbank kon nog geen definitieve beslissing nemen over het exploitatieverbod wegens geur- en geluidsoverlast, omdat dit nog moet worden vastgesteld door een deskundige. Andere vorderingen, zoals het herstellen van schade aan de gevel, werden toegewezen omdat [handelsnaam] daartegen geen verweer heeft gevoerd.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft verschillende beslissingen genomen, maar benadrukt dat sommige aspecten van de zaak nader onderzoek vereisen. Voor het exploitatieverbod is de rechtbank van mening dat er onvoldoende bewijs is voor overlast, en daarom zal een deskundige worden aangesteld om dit te beoordelen. De rechtbank heeft partijen de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de voorgenomen vraagstelling en de persoon van de deskundige.
De rechtbank heeft echter al wel een aantal vorderingen afgewezen. Zo werd het verbod op het gebruik van de ruimte zonder gebruikersverklaring afgewezen, evenals de vordering tot toegang tot gemeenschappelijke gedeelten. De vordering tot schadevergoeding werd slechts gedeeltelijk toegewezen omdat de VvE onvoldoende bewijs had geleverd voor een deel van de gevorderde kosten.
De zaak zal weer op de rol komen op 8 april 2026, waarbij partijen zich kunnen uitlaten over de deskundigenrapportage. De rechtbank heeft de overige beslissingen aangehouden, maar moedigt partijen aan om buiten rechte tot een oplossing te komen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




