De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een conflict tussen [naam 1] Immo (Nederland) N.V., de verhuurder van een winkelruimte in Rotterdam, en A.S. Watson (Property Continental Europe) B.V., de huurder die de winkelruimte gebruikt voor een Kruidvat-filiaal. Watson heeft te maken gehad met langdurige lekkageproblemen in de gehuurde ruimte en heeft op basis daarvan huurbetalingen opgeschort. [naam 1] eist betaling van de achterstallige huur, terwijl Watson huurprijsvermindering en schadevergoeding eist vanwege de lekkages.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een dagvaarding op 12 juni 2025, waarin [naam 1] betaling van achterstallige huur eiste. Watson reageerde met een eis in reconventie, waarin zij huurprijsvermindering en schadevergoeding eiste. Watson huurt de winkelruimte sinds 2002 en heeft sinds 2010 problemen met lekkages. Deze problemen hebben geleid tot hinder in haar bedrijfsvoering. Watson heeft de huur sinds het vierde kwartaal van 2023 opgeschort en eist huurprijsvermindering van 25% voor de periode van 2010 tot en met september 2025, en 50% vanaf oktober 2025 totdat de problemen zijn opgelost. Daarnaast eist Watson schadevergoeding voor de geleden schade.
Tijdens de zitting op 18 november 2025 waren vertegenwoordigers van beide partijen aanwezig, samen met hun juridische vertegenwoordigers. [naam 1] stelt dat de lekkages eind 2024 zijn verholpen en dat er geen reden meer is voor huurprijsvermindering of opschorting van betalingen.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat Watson alleen recht heeft op huurprijsvermindering voor de periode van augustus tot en met december 2023, met een redelijke vermindering van 25%. Watson moet nog € 5.683,17 aan achterstallige huur betalen, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. Watson krijgt geen huurprijsvermindering voor de periode van 2010 tot en met juli 2023, omdat ze onvoldoende bewijs heeft aangeleverd om het bestaan van een voortdurend gebrek aan te tonen.
Watson krijgt ook geen schadevergoeding, omdat de algemene bepalingen van de huurovereenkomst de verhuurder vrijwaren van aansprakelijkheid voor schade door gebreken, tenzij er sprake is van grove schuld of nalatigheid. De kantonrechter oordeelt dat [naam 1] genoeg heeft gedaan om de problemen te verhelpen en dat er geen sprake is van grove schuld of nalatigheid.
Ten aanzien van het huidige bestaan van een gebrek, overweegt de kantonrechter een deskundigenbericht te bevelen om vast te stellen of er nog sprake is van actieve lekkages. Watson moet de kosten voor het deskundigenonderzoek dragen, aangezien zij degene is die zich op het bestaan van een gebrek beroept.
De zaak wordt aangehouden, en de partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om een deskundige te benoemen. De kantonrechter moedigt de partijen aan om in onderling overleg tot een oplossing te komen, gezien de al gegeven oordelen over de overige vorderingen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




