VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBROT:2026:3382 Kort geding dwangsom verwarmingsinstallatie

by VvERechstpraak.nl
10/04/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam een kort geding behandeld waarin de eiser, de huurder van een woning, de verhuurder heeft gedagvaard omdat de verwarmingsinstallatie in zijn woning defect is en niet is gerepareerd of vervangen. De huurder heeft al eerder een kort geding gewonnen waarin de verhuurder werd veroordeeld om de installatie te repareren of te vervangen. Echter, de verhuurder heeft deze veroordeling niet nageleefd, waardoor de huurder opnieuw naar de rechter is gestapt. De huurder eist nu dat de installatie binnen 48 uur wordt gerepareerd of vervangen, anders wil hij een dwangsom van € 150,- per dag. Daarnaast vraagt hij om een vergoeding voor hotelkosten.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:6601 handhaving pandsplitsing en schadevergoeding

ECLI:NL:RBDHA:2026:6605 college vernietigt besluit dwangsommen en bestuursdwang

ECLI:NL:RBDHA:2026:6616 dwangsombesluit bij illegale splitsing pand bevestigd

Het verloop van het proces en de feiten

De huurder, hierna aangeduid als [eiser], heeft op 5 januari 2026 het probleem met de verwarmingsinstallatie gemeld bij de verhuurder, hierna aangeduid als [gedaagde]. Ondanks meerdere verzoeken heeft [gedaagde] de installatie niet gerepareerd of vervangen. In een eerder kort geding, dat plaatsvond op 4 februari 2026, is [gedaagde] veroordeeld om de verwarmingsinstallatie te herstellen. [eiser] heeft na dit vonnis diverse pogingen ondernomen om [gedaagde] te bewegen actie te ondernemen, waaronder het versturen van meerdere e-mails met het vonnis. Toen er geen reactie kwam, werd een tweede kort geding aangespannen.

Tijdens de zitting op 16 februari 2025, waarbij [eiser] en [persoon B] namens [gedaagde] aanwezig waren, stelde [eiser] dat hij nog steeds zonder verwarming zit en daarom een dwangsom en vergoeding voor hotelkosten eist. [gedaagde] gaf aan dat zij pas recentelijk op de hoogte is gesteld van het vonnis en dat het moeilijk is om snel een installateur te regelen, mede door de voorjaarsvakantie en de mogelijke noodzaak van een nieuwe rookgasafvoer waarvoor toestemming van de VvE nodig is.

De beslissing van de rechtbank

De kantonrechter oordeelt dat [eiser] een spoedeisend belang heeft en daarom niet hoeft te wachten op de uitkomst van een reguliere procedure. Er is sinds het vonnis van 4 februari 2026 geen actie ondernomen door [gedaagde], die al sinds begin januari op de hoogte is van het probleem. De rechtbank besluit dat [gedaagde] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de verwarmingsinstallatie moet repareren of vervangen, en legt een dwangsom van € 150,- per dag op voor elke dag dat [gedaagde] hier niet aan voldoet, met een maximum van € 15.000,-. De eis voor hotelkosten wordt afgewezen omdat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het noodzakelijk was om in een hotel te verblijven, en hij zijn schade had kunnen beperken door bijvoorbeeld een elektrische kachel te gebruiken. De proceskosten worden ten laste van [gedaagde] gebracht, die grotendeels ongelijk krijgt, en worden begroot op € 298,67. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het direct ten uitvoer kan worden gelegd, ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ADVERTISEMENT
ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBDHA:2026:6616 last onder dwangsom wegens illegale splitsing

Next Post

ECLI:NL:RBDHA:2026:6994 echtscheiding, zorgregeling en verdeling gemeenschap

Gerelateerde uitspraken>>>

Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBDHA:2026:6601 handhaving pandsplitsing en schadevergoeding

10/04/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBDHA:2026:6605 college vernietigt besluit dwangsommen en bestuursdwang

10/04/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBDHA:2026:6616 dwangsombesluit bij illegale splitsing pand bevestigd

10/04/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.