De zaak in het kort
Deze zaak betreft een echtscheiding tussen een man en een vrouw, met als kernpunten de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de zorgregeling, de kinderalimentatie, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap. De rechtbank Den Haag heeft in deze beschikking diverse beslissingen genomen over de zorg voor de kinderen, de financiële verplichtingen van beide partijen, en de verdeling van gezamenlijke bezittingen en schulden.
Het verloop van het proces en de feiten
De scheidingsprocedure begon met het verzoekschrift van de vrouw op 6 december 2024. De rechtbank heeft verschillende stukken beoordeeld, waaronder het verzoekschrift, de verweerschriften van beide partijen, en aanvullende verzoeken. De minderjarige kinderen van de partijen zijn gehoord in de raadkamer. Op 29 januari 2026 vond de zitting plaats met de aanwezigheid van beide partijen, hun advocaten, en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.
De partijen zijn getrouwd in gemeenschap van goederen in 2013 en hebben drie minderjarige kinderen. De rechtbank had eerder voorlopige voorzieningen getroffen, waarbij de kinderen voorlopig bij de man verbleven en een zorgregeling was vastgesteld. Beide ouders hebben gezamenlijk gezag over de kinderen.
Tijdens de procedure heeft de vrouw verzocht om vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar, een zorgregeling, kinderalimentatie, en de verdeling van de huwelijksgemeenschap. De man heeft daartegen verweer gevoerd en zelfstandig verzocht om echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder een vergoedingsrecht voor de echtelijke woning en de verdeling van bezittingen en schulden.
Een belangrijk geschilpunt betrof de schenking die de man van zijn ouders had gekregen voor de aankoop van de echtelijke woning, welke onder uitsluitingsclausule viel. De vrouw erkende eerst de schenking, maar betwistte deze later tijdens de zitting.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal zijn. De zorgregeling houdt in dat de kinderen de ene week van donderdag tot vrijdag bij de vader verblijven en de andere week van donderdag tot maandagochtend. Er is ook een regeling vastgesteld voor vakanties en feestdagen.
De kinderalimentatie is vastgesteld op € 382,- per maand per kind, te betalen door de man. De rechtbank heeft daarbij de draagkracht van beide ouders beoordeeld en geconcludeerd dat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende is om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. Er is een tekort ontstaan, dat deels door de zorgkorting van de man wordt opgevangen.
De rechtbank heeft de vrouw in haar verzoek tot echtscheiding ontvangen, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan. Het huwelijk werd als duurzaam ontwricht beschouwd, en de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw werd niet betwist door de man.
Wat betreft de verdeling van de gemeenschap van goederen, heeft de rechtbank geoordeeld dat de man een vergoedingsrecht van € 108.000,- heeft vanwege de schenking voor de woning. De verdeling van de woning, bankrekeningen, inboedel, en andere bezittingen is gedetailleerd geregeld, inclusief afspraken over de gezamenlijke schulden.
De rechtbank heeft ook de proceskosten gecompenseerd, gezien de familierechtelijke aard van de zaak, en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de echtscheiding zelf. De betwisting van de schenking door de vrouw werd als te laat ingediend beschouwd en daarom buiten beschouwing gelaten, omdat het in strijd was met de goede procesorde.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




