De zaak in het kort
In deze rechtszaak heeft de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex een vordering ingediend tegen een appartementseigenaar, [gedaagde], vanwege herhaalde lekkageproblemen veroorzaakt door een gebrekkige badkamer. De VvE eiste dat de eigenaar herstelwerkzaamheden uitvoert en schadevergoeding betaalt. De rechtbank gaf de VvE gelijk en legde [gedaagde] op om binnen 30 dagen de noodzakelijke reparaties uit te voeren, met een dwangsom bij niet-nakoming. Daarnaast werd [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding en proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 27 mei 2025, waarna [gedaagde] mondeling antwoord gaf op 12 juni 2025. Verdere antwoorden en stukken werden uitgewisseld in de maanden erna, met een tussenvonnis op 24 juli 2025 dat een mondelinge behandeling bepaalde, die plaatsvond op 11 november 2025. De uitspraak werd uiteindelijk gedaan op 12 december 2025.
[gedaagde] is eigenaar van een appartement binnen een groter appartementencomplex. Volgens het modelreglement van de VvE is elke eigenaar verplicht om zijn privé-gedeelte goed te onderhouden en om toegang te verschaffen voor noodzakelijke werkzaamheden. In november 2020 en april 2024 werden lekdetecties uitgevoerd die aantoonden dat de badkamer van [gedaagde] in slechte staat verkeerde en volledige renovatie vereiste. De VvE heeft [gedaagde] herhaaldelijk verzocht om de badkamer te repareren, maar deze verzoeken bleven onbeantwoord.
Gedurende de procedure stelde de VvE dat het gebrek aan onderhoud door [gedaagde] leidde tot aanzienlijke wateroverlast en schade aan zowel gemeenschappelijke als privé-gedeelten van het gebouw. Ondanks waarschuwingen en verzoeken bleef [gedaagde] in gebreke, wat de VvE ertoe bracht om juridische stappen te ondernemen.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] verantwoordelijk was voor het uitvoeren van de noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan de badkamer om verdere schade te voorkomen. De rechter bepaalde dat [gedaagde] de werkzaamheden binnen 30 dagen na het vonnis moest voltooien, met een dwangsom van € 100 per dag bij niet-nakoming, tot een maximum van € 10.000.
Daarnaast werd [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 8.233,53 aan de VvE, voor geleden schade door lekkages. De rechtbank wees ook de vordering toe voor buitengerechtelijke incassokosten, gematigd tot € 786,68, en legde [gedaagde] de proceskosten op van € 1.610,21, inclusief nakosten en wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.
De rechtbank besloot verder dat de vordering van de VvE om toegang tot de woning te verkrijgen voor herstelwerkzaamheden, indien nodig met behulp van politie en justitie, niet in de huidige dagvaardingsprocedure kon worden behandeld. In plaats daarvan werd deze omgezet naar een verzoekschriftprocedure volgens artikel 5:121 BW, waarbij de VvE het griffierecht voor deze procedure moest voldoen.
De uitspraak werd uitgevoerd onder toezicht van mr. R.P.F. de Groot, rechter, en is op 12 december 2025 in het openbaar uitgesproken. De zaak illustreert het belang van goed onderhoud in appartementsgebouwen en de verantwoordelijkheden van individuele eigenaren binnen een VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



