De zaak in het kort
Deze zaak betreft een geschil over de kinderalimentatie die de man aan de vrouw moet betalen voor hun twee kinderen. De rechtbank Amsterdam had eerder bepaald dat de man € 84,- per kind per maand moest betalen. Beide partijen waren het niet eens met deze beslissing: de vrouw vond het bedrag te laag, terwijl de man het te hoog vond. In hoger beroep vragen beide partijen om herziening van dit bedrag.
Het verloop van het proces en de feiten
De vrouw en de man hadden een affectieve relatie, waaruit twee kinderen zijn geboren. Na de scheiding zijn er afspraken gemaakt over het gezag en de hoofdverblijfplaats van de kinderen. De kinderen verblijven de helft van de tijd bij ieder van de ouders. In eerste aanleg had de rechtbank Amsterdam de kinderalimentatie vastgesteld op € 84,- per kind per maand, met ingang van 11 september 2024.
In hoger beroep heeft de vrouw op 6 februari 2025 om een verhoging van de alimentatie gevraagd, terwijl de man op 15 april 2025 om een verlaging vroeg. Beide partijen hebben hun argumenten verder onderbouwd met aanvullende stukken en pleitnotities die tijdens een mondelinge behandeling op 10 juli 2025 werden besproken.
De vrouw stelde dat haar inkomen sinds juni 2025 aanzienlijk was gedaald door arbeidsongeschiktheid, waardoor haar draagkracht verminderde. Ze verzocht om een alimentatie van € 484,- per kind per maand. De man, daarentegen, stelde dat zijn inkomen door ouderschapsverlof was verminderd en verzocht om een verlaging van de alimentatie naar € 74,- per kind per maand.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof heeft de draagkracht van beide partijen opnieuw berekend, rekening houdend met hun inkomens, lasten, schulden, en de noodzaak voor een evenwichtige verdeling van de financiële zorg voor de kinderen. De vrouw heeft een daling van haar inkomen ondervonden door arbeidsongeschiktheid, en het hof heeft hiermee rekening gehouden in de berekening van haar draagkracht. Het hof achtte het ook redelijk om bij de berekening van de draagkracht van de man rekening te houden met zijn ouderschapsverlof.
Het hof bepaalde dat de behoefte van de kinderen in 2025 € 1.620,- per maand bedroeg, en dat de gezamenlijke draagkracht van de ouders voldoende was om in deze behoefte te voorzien. De alimentatie werd herzien naar € 213,- per kind per maand met ingang van 11 september 2024, vervolgens naar € 227,- per kind per maand per 1 januari 2025, en naar € 376,- per kind per maand per 1 juni 2025. Dit hield rekening met de veranderende financiële situatie van de vrouw en de redelijke verdeling van de kosten tussen beide ouders.
De rechtbank besloot dat de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad was, wat betekent dat de beslissing direct ten uitvoer kan worden gelegd, ongeacht eventuele toekomstige beroepsprocedures. De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de financiële situatie en verantwoordelijkheid van beide ouders voor het welzijn van hun kinderen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



