De zaak in het kort
Een appartementsrechteigenaar die een uitbouw wil realiseren, verzet zich tegen een besluit van de Vereniging van Eigenaren (VvE) waarin is bepaald dat de eigenaar de kosten voor een deskundige moet voorschieten. Dit voorschot is vereist indien er onenigheid ontstaat over eventuele schade veroorzaakt door de uitbouw. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof Amsterdam oordelen dat het besluit van de VvE niet onredelijk is.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon met een verzoek van de eigenaar van een appartementsrecht om een uitbouw aan hun woning te realiseren. Dit verzoek werd besproken tijdens een ledenvergadering van de VvE, waarbij toestemming werd gegeven onder bepaalde voorwaarden, waaronder het aanleggen van een groen dak en het niet realiseren van een zijraam om privacyredenen. Het voorstel werd aangenomen met een meerderheid van stemmen.
Vervolgens werd een verbouwingsovereenkomst opgesteld waarin onder punt 15 werd bepaald dat, bij onenigheid over de door de uitbouw veroorzaakte schade, een deskundige zou worden aangewezen. De eigenaar zou deze kosten voorschieten, maar de uiteindelijke kosten zouden afhankelijk zijn van de uitkomst van het deskundigenrapport. De eigenaar wilde punt 15 niet accepteren, omdat zij vonden dat het onredelijk was dat zij de kosten moesten voorschieten. Zij stelden dat de vergadering van de VvE dit niet in redelijkheid had kunnen besluiten en dat de VvE niet het recht had om nieuwe voorwaarden aan de verbouwingsovereenkomst toe te voegen zonder dat dit tijdens de vergadering expliciet was besproken.
De kantonrechter oordeelde dat het besluit van de VvE niet onredelijk was en wees het verzoek van de eigenaar af. In hoger beroep voerden de eigenaren aan dat de VvE tijdens de vergadering van 28 augustus 2023 had afgesproken dat er geen aanvullende voorwaarden aan de verbouwingsovereenkomst zouden worden toegevoegd. Ze meenden dat punt 15 van de overeenkomst een nieuwe voorwaarde vormde die niet redelijk was.
De beslissing van de rechtbank.
Het gerechtshof Amsterdam kwam tot dezelfde conclusie als de kantonrechter. Het hof oordeelde dat punt 15 van de verbouwingsovereenkomst geen nieuwe materiële voorwaarde vormde, maar slechts een procedurele afspraak was. Het hof benadrukte dat de eigenaren de aanbouw wilden realiseren, waardoor zij het potentiële schaderisico creëerden. Bovendien konden individuele buren zich niet beroepen op punt 15, waardoor de eigenaren geen direct verhaalsrisico van hun buren te vrezen hadden. Het hof vond daarom dat de bepaling dat de eigenaren de kosten moesten voorschieten niet onredelijk was.
Het hof bekrachtigde de bestreden beslissing en veroordeelde de eigenaren in de kosten van het hoger beroep. Het belang van de overige eigenaars om deze kosten niet te hoeven voorschieten woog zwaarder dan het belang van de eigenaren, aldus het hof. De uitspraak benadrukt dat de vereniging van eigenaren de bevoegdheid heeft om redelijke voorwaarden te stellen aan het toestaan van wijzigingen die het gemeenschappelijke belang raken.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




