De zaak in het kort
In deze zaak staat een appartementsrechteigenaar centraal die een uitbouw aan zijn woning wil realiseren. De Vereniging van Eigenaren (VvE) heeft bepaald dat de eigenaar de kosten van een deskundige moet voorschieten als er onenigheid ontstaat over schade door de uitbouw. De eigenaar verzet zich tegen dit besluit, maar zowel de kantonrechter als het gerechtshof oordelen dat het besluit niet onredelijk is.
Het verloop van het proces en de feiten
De kwestie begon toen de eigenaar van het appartementsrecht, aangeduid als [appellanten], een verzoek indiende bij de VvE voor toestemming om een uitbouw te realiseren. In een vergadering van de VvE op 28 augustus 2023 werd de verbouwing goedgekeurd onder voorwaarden, waaronder het realiseren van een groen dak en het niet plaatsen van een zijraam. De VvE besloot verder dat een verbouwingsovereenkomst zou worden opgesteld, waarin ook werd opgenomen dat als er discussies zouden ontstaan over eventuele schade door de verbouwing, een deskundige zou worden ingeschakeld. De kosten voor deze deskundige moeten in eerste instantie door de eigenaar worden gedragen, zoals vastgelegd in punt 15 van de overeenkomst.
De eigenaar ging echter niet akkoord met punt 15 van de verbouwingsovereenkomst, waarin is bepaald dat de eigenaar de kosten van een deskundige moet voorschieten bij onenigheid over schade. Tijdens een vergadering van de VvE op 19 maart 2024 werd een voorstel om punt 15 te schrappen door de meerderheid van de VvE-leden afgewezen.
De eigenaar stapte vervolgens naar de kantonrechter, die oordeelde dat de VvE in redelijkheid tot het besluit kon komen om punt 15 te handhaven. De kantonrechter vond dat het voorschieten van de kosten niet onredelijk was, omdat de uiteindelijke kostenverdeling afhankelijk zou zijn van de uitkomst van het deskundigenrapport.
De eigenaar ging in hoger beroep, maar ook daar werd het verzoek om punt 15 te schrappen afgewezen. Het hof oordeelde dat punt 15 geen nieuwe voorwaarde is, maar een procedureafspraak die past binnen het oorspronkelijke besluit. Het voorschieten van de kosten door de eigenaar werd als redelijk gezien, omdat de VvE en overige eigenaars geen voordeel hebben van de verbouwing en geen extra kosten willen dragen.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof bekrachtigde de beslissing van de kantonrechter om het besluit van de VvE te handhaven. Het hof benadrukte dat de eigenaar de partij is die voordeel heeft van de uitbouw en dat het redelijk is dat deze de kosten voor een deskundige voorschiet. Bovendien hebben de eigenaar en de VvE samen invloed op de keuze van de deskundige en blijft de bewijslastverdeling ongewijzigd volgens het reguliere recht.
Het hof oordeelde verder dat de vrees van de eigenaar dat buren hen via deze bepaling zouden dwarszitten ongegrond is, omdat individuele buren zich niet rechtstreeks op punt 15 kunnen beroepen. De beslissing van de kantonrechter werd bekrachtigd en de eigenaar werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten in hoger beroep.
Deze uitspraak onderstreept het belang van duidelijke afspraken binnen een VvE en bevestigt dat het redelijk kan zijn dat de partij die een verbouwing initieert ook de financiële risico’s draagt, althans in eerste instantie. Het is een bevestiging van het belang van transparante en eerlijke procedures binnen een VvE, die de rechten en plichten van alle betrokkenen in balans houden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




