**
De zaak in het kort
In deze zaak oordeelt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een geschil tussen appartementseigenaren ([appellanten] c.s.) en een ontwikkelaar, [geïntimeerde] B.V., betreffende het dichtzetten van ramen in de zijgevel van een appartement. Dit dichtzetten is noodzakelijk vanwege de bouw van een nieuw appartementencomplex door [geïntimeerde] op het naastgelegen perceel. De kern van het geschil betreft de vraag of het dichtzetten van de ramen onrechtmatige hinder oplevert voor [appellanten] c.s., die daardoor licht en uitzicht verliezen. Het hof beslist dat de ramen mogen worden dichtgezet op voorwaarde dat [geïntimeerde] een compensatie van € 5.000 betaalt aan [appellanten] c.s.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een hoger beroep van [appellanten] c.s. tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, waarin de rechtbank had geoordeeld dat zij moesten toestaan dat hun ramen werden dichtgezet. De ramen in kwestie bevinden zich in de noordgevel van het appartement van [appellanten] c.s. en bieden uitzicht over het perceel van [geïntimeerde], maar bevinden zich op minder dan twee meter van de erfgrens, hetgeen in strijd is met artikel 5:50 BW. [geïntimeerde] had zich tijdig tegen deze uitzichtmogelijkheid verzet, waardoor zij niet verplicht is een afstand van twee meter tot het raam aan te houden bij de bouw van haar appartementencomplex.
Tijdens het proces in hoger beroep heeft [geïntimeerde] aanvullende stukken overlegd, waaronder een akte van splitsing en een overeenkomst met de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het appartementencomplex [adres3]. Deze overeenkomst behelsde de intrekking van bezwaren tegen de bouwplannen van [geïntimeerde] en bevatte een compensatieregeling voor de eigenaars van appartementen waarvan de ramen zouden worden dichtgezet.
Het hof onderzocht de eigendomssituatie van de ramen en concludeerde dat deze onderdeel uitmaken van het privégedeelte van [appellanten] c.s., waardoor zij de eigenaar zijn. Het hof beoordeelde vervolgens of de hinder die het dichtzetten van de ramen met zich meebrengt onrechtmatig is.
De beslissing van de rechtbank
Het hof oordeelde dat [geïntimeerde] een gerechtvaardigd belang heeft bij de realisatie van haar bouwplannen en dat [appellanten] c.s. niet over een recht op uitzicht beschikken dat aan de bouw in de weg zou staan. Hoewel het dichtzetten van de ramen hinder veroorzaakt, werd deze hinder niet als onrechtmatig aangemerkt. Het hof baseerde deze beslissing onder meer op het feit dat het ter plaatse geldende bestemmingsplan bebouwing tot aan de erfgrens toelaat en op de compensatie van € 5.000 die [geïntimeerde] aan [appellanten] c.s. heeft aangeboden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met de toevoeging dat de compensatie van € 5.000 uiterlijk bij de start van de bouwwerkzaamheden moet worden betaald aan [appellanten] c.s. Daarnaast werd bepaald dat elke partij haar eigen kosten van de procedure in hoger beroep moet dragen.
Het oordeel van het hof benadrukt het belang van het afwegen van wederzijdse belangen in geschillen over bouwprojecten. De uitspraak onderstreept ook hoe belangrijk het is voor eigenaren van onroerend goed om zich bewust te zijn van de wettelijke beperkingen rondom uitzicht en lichttoetreding, vooral in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is en bouwprojecten vaak dicht op elkaar plaatsvinden. De beslissing biedt een precedent voor soortgelijke geschillen, waarbij het recht op licht en uitzicht wordt afgewogen tegen ontwikkelingsbelangen en de noodzaak om stedelijke gebieden te verdichten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




