De zaak in het kort
In deze civiele rechtszaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een beslissing genomen over het hoger beroep dat is ingesteld door de appellanten, eigenaren van een appartement, tegen een eerdere beschikking van de kantonrechter. De appellanten hadden een vervangende machtiging aangevraagd voor het plaatsen van dakramen, nadat de Vereniging van Eigenaars (VvE) hiervoor geen toestemming had gegeven. De kantonrechter had hun verzoek afgewezen, maar het hof heeft deze beslissing vernietigd en alsnog de gevraagde machtiging verleend.
Het verloop van het proces en de feiten
De appellanten, die in 2023 eigenaar werden van een appartement in een gesplitst gebouw in Deventer, hadden zonder voorafgaande toestemming van de VvE dakramen geplaatst in het gemeenschappelijke dak omdat er een lekkage was en ze meer licht wilden in hun appartement. De VvE weigerde achteraf toestemming te verlenen voor deze wijziging, met als formele reden dat de vereiste toestemming niet vooraf was gevraagd, in strijd met de splitsingsakte van het gebouw. De appellanten hadden hun appartement verhuurd aan een uitzendbureau voor de huisvesting van werknemers, wat door de VvE als een mogelijke bron van overlast werd gezien.
Het geschil kwam voor de kantonrechter, die de appellanten in het ongelijk stelde vanwege de schending van de formele procedure rondom het verkrijgen van toestemming voor wijzigingen aan het gemeenschappelijke eigendom. De appellanten gingen hiertegen in hoger beroep, omdat zij van mening waren dat de VvE zonder redelijke grond de toestemming had geweigerd en dat de gemaakte bezwaren niet zwaar genoeg wogen om de weigering te rechtvaardigen.
De beslissing van de rechtbank
Het hof oordeelde dat de VvE geen redelijke grond had om de toestemming te weigeren voor de dakramen. Het hof vond dat de argumenten van de VvE, zoals mogelijke overlast en wijzigingen in het architectonisch uiterlijk, niet voldoende waren om de weigering te onderbouwen, vooral omdat de verhuur van het appartement niet in strijd was met de gebruiksregels van de splitsingsakte. Bovendien was er geen bewijs dat de dakramen een significante verandering zouden veroorzaken die de VvE zou schaden.
Het hof stelde dat de belangen van de appellanten, zoals verbeterde lichtinval en betere verhuurmogelijkheden door de dakramen, mede bepalen of de weigering van de VvE redelijk was. In dit geval was de weigering niet gerechtvaardigd. Het hof verleende daarom de vervangende machtiging aan de appellanten en veroordeelde de VvE tot betaling van de proceskosten in zowel de eerste als de tweede instantie.
De uitspraak van het hof bekrachtigde dat een verzoek om vervangende toestemming moet worden beoordeeld op basis van redelijkheid en billijkheid, waarbij de belangen van beide partijen tegen elkaar worden afgewogen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de VvE de kosten moet betalen, zelfs als zij de uitspraak aan de Hoge Raad voorleggen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking van de kantonrechter en gaf de appellanten de gevraagde machtiging, waarmee zij nu formeel toestemming hebben voor de plaatsing van de dakramen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




