De zaak in het kort
In deze juridische kwestie speelt de discussie rond de vervangende machtiging voor het plaatsen van dakramen in een appartementsgebouw een centrale rol. De eigenaren van een appartement hebben zonder formele toestemming van de Vereniging van Eigenaars (VvE) dakramen geplaatst. Zij vroegen om vervangende machtiging bij de rechter omdat de VvE weigerde deze toestemming te geven. Het gerechtshof heeft uiteindelijk besloten de vervangende machtiging te verlenen, aangezien de bezwaren van de VvE niet als redelijke gronden werden beschouwd voor het weigeren van toestemming.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon toen de eigenaren van een appartement, hierna appellanten genoemd, het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden benaderden met een verzoek tot hoger beroep. Dit was nadat de kantonrechter in de rechtbank Overijssel hun eerdere verzoek had afgewezen. De eigenaren hadden zonder voorafgaande toestemming van de VvE dakramen geplaatst in hun appartement, dat deel uitmaakt van een gebouw met veertien appartementsrechten.
De appellanten hadden het appartement niet zelf in gebruik, maar verhuurden het aan een uitzendbureau voor de huisvesting van werknemers. In september 2023 hadden ze de beheerder van het gebouw, MVGM Vastgoedmanagement B.V., geïnformeerd over hun plannen om een lekkend dakraam te vervangen en extra dakramen te plaatsen. Hoewel de technische manager van MVGM de offerte voor de dakramen goedkeurde, gaf hij aan dat toestemming van de VvE vereist was. De dakramen werden uiteindelijk in november 2023 geplaatst zonder formele toestemming van de VvE.
Tijdens een buitengewone ledenvergadering in februari 2024 besloot de VvE om geen toestemming te verlenen voor de dakramen, met als reden dat de appellanten vooraf geen formele goedkeuring hadden gevraagd, zoals vereist volgens de splitsingsakte. De appellanten waren niet aanwezig bij deze vergadering, maar hadden wel een brief gestuurd met uitleg over de dakramen.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof moest beslissen of de VvE zonder redelijke grond had geweigerd de toestemming te verlenen. Volgens artikel 5:121 BW kan een appartementseigenaar bij weigering van toestemming door de VvE een vervangende machtiging aanvragen bij de kantonrechter. De rechter moet dan beoordelen of de weigering van toestemming zonder redelijke grond was, rekening houdend met alle omstandigheden.
De VvE had drie hoofdbezwaren tegen de dakramen: mogelijke overlast door intensiever gebruik van het appartement, wijziging van het architectonisch uiterlijk, en precedentwerking voor toekomstige projecten zoals het plaatsen van zonnepanelen. Het hof oordeelde echter dat deze bezwaren geen redelijke grond vormden voor het weigeren van toestemming. Het appartement mocht immers worden verhuurd, en er was geen bewijs dat de verhuur strijdig was met de bestemming of het gebruik zoals in de splitsingsakte geregeld. De architectonische veranderingen door de dakramen waren minimaal, en er waren geen concrete plannen voor zonnepanelen die door de dakramen zouden worden gehinderd.
Het hof verleende daarom de vervangende machtiging voor de dakramen en veroordeelde de VvE tot het betalen van de proceskosten van de appellanten in zowel de kantonrechterlijke als de hoger beroepsprocedure. Hiermee werd de eerdere beschikking van de kantonrechter vernietigd. De uitspraak is uitvoerbaar verklaard bij voorraad, wat betekent dat de veroordelingen direct ten uitvoer kunnen worden gelegd, zelfs als de zaak naar de Hoge Raad zou worden gebracht.
Deze zaak onderstreept het belang van duidelijke communicatie en naleving van de regels binnen verenigingen van eigenaars, evenals de rol van de rechter in het beoordelen van redelijkheid en billijkheid in geschillen tussen mede-eigenaars.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




