De zaak in het kort
In de zaak die voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam, stond een geschil centraal tussen de Stichting Park Boswijk en een huurster over de betaling van servicekosten verbonden aan een huurovereenkomst. De huurster betwistte de hoogte van de servicekosten die door de Stichting in rekening werden gebracht, met name de zorgkosten. De Stichting had deze kosten onderdeel gemaakt van de basisservicekosten en vorderde betaling van achterstallige bedragen. De kantonrechter had in eerste instantie zowel de vorderingen van de Stichting als de tegenvorderingen van de huurster afgewezen. In hoger beroep moest het hof beslissen over de rechtmatigheid van de door de Stichting gevorderde servicekosten en de daaraan verbonden naheffingen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil begon toen de huurster een appartement huurde in een appartementencomplex in Zeist. De Stichting verleende tegen betaling basis- en facultatieve services aan de bewoners van het complex. De huurster was het niet eens met de berekende kosten voor de basisservice en weigerde een deel van deze kosten te betalen. De Stichting vorderde daarop bij de kantonrechter de betaling van achterstallige servicekosten over een periode van januari 2018 tot en met april 2020, vermeerderd met wettelijke rente.
De huurster daarentegen vroeg in reconventie om een eindafrekening voor 2019 en een verklaring over haar betalingsverplichtingen over de jaren 2017 tot en met 2019. Ze wilde de teveel betaalde bedragen terugvorderen en een voorschotbedrag voor 2020 laten vaststellen. De kantonrechter wees alle vorderingen af, waarna beide partijen in hoger beroep gingen.
In hoger beroep voerde de Stichting aan dat de servicekosten niet alleen op bijlage F van de huurovereenkomst gebaseerd waren, maar ook op andere documenten zoals het huishoudelijk reglement. De Stichting wilde dat het hof verklaarde dat de bewonersvergadering bevoegd was om de servicekosten vast te stellen en dat de huurster zich daaraan moest houden.
De huurster stelde dat de zorgkosten niet onder de basisservice vielen zoals omschreven in bijlage F, en betwistte de naheffingen. Het hof moest beoordelen of de zorgkosten daadwerkelijk als basisservicekosten konden worden beschouwd en of de naheffingen correct waren.
De beslissing van de rechtbank
Het hof oordeelde dat de uitleg van de huurovereenkomst moest plaatsvinden volgens de Haviltex-maatstaf, waarbij de bedoeling van partijen en hun verwachtingen centraal staan. Het hof stelde vast dat de tekst van de huurovereenkomst en de bijlagen zowel bijlage F als het huishoudelijk reglement omvatten bij het bepalen van de basisservicekosten.
Ten aanzien van de zorgkosten werd vastgesteld dat er geen besluit van de bewonersvergadering was genomen om deze kosten aan de basisservice toe te voegen. Het hof concludeerde dat de huurster niet verplicht was de zorgkosten te betalen, omdat er geen rechtsgeldige wijziging van de basisservice had plaatsgevonden.
Wat betreft de gevorderde naheffingen, besloot het hof dat de huurster de naheffing over 2018 moest betalen, omdat deze niet was betwist. Echter, voor 2019 en 2020 werden bedragen gevorderd die zorgkosten bevatten, die niet rechtsgeldig waren doorgevoerd. Daarom wees het hof de vordering voor 2019 af en verminderde het bedrag voor 2020 aanzienlijk.
De vorderingen van de huurster in het incidenteel hoger beroep werden afgewezen. Het hof oordeelde dat het huurrecht niet van toepassing was op de overeenkomst tussen de huurster en de Stichting, omdat het geen reguliere huurovereenkomst betrof maar een overeenkomst inzake dienstverlening.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter gedeeltelijk en besliste dat de huurster enkele bedragen aan de Stichting moest betalen, maar stelde de Stichting grotendeels in het ongelijk. De Stichting werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in principaal hoger beroep, terwijl de huurster de kosten in incidenteel hoger beroep moest betalen. Het hof verklaarde de vonnissen uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissingen direct ten uitvoer kunnen worden gelegd, zelfs als er beroep bij de Hoge Raad zou volgen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




