De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de eigenaren van twee appartementen binnen hetzelfde gebouw, die tevens de enige leden zijn van de Vereniging van Eigenaars (VvE). Het conflict ontstond nadat [appellanten] zonder overleg of toestemming van de andere eigenaar, [geïntimeerde1], en de VvE, sloopwerkzaamheden aan hun appartement hadden uitgevoerd. Deze werkzaamheden omvatten onder andere het verwijderen van dragende muren en het slopen van het balkon, de luifel en de bloembakken. Na meerdere juridische procedures werd een vaststellingsovereenkomst (vso) gesloten, waarin [appellanten] zich ertoe verbonden om herstelwerkzaamheden uit te voeren. Toen deze niet werden voltooid, startten [geïntimeerden] een kort geding om naleving van de afspraken af te dwingen.
Het verloop van het proces en de feiten
[Appellanten] voerden begin 2018 sloopwerkzaamheden uit zonder de vereiste toestemming. Dit leidde tot meerdere rechtszaken, waarin uiteindelijk een vaststellingsovereenkomst werd gesloten tijdens een mondelinge behandeling op 10 april 2024. In deze overeenkomst werden afspraken vastgelegd over de herstelwerkzaamheden die [appellanten] uiterlijk op 31 december 2024 dienden te voltooien. Toen deze termijn verstreek zonder dat de werkzaamheden waren afgerond, zochten [geïntimeerden] via een kort geding een veroordeling tot het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden. De voorzieningenrechter gaf [geïntimeerden] gelijk en legde [appellanten] verplichtingen op, waaronder het verstrekken van bouwtekeningen en het afronden van de werkzaamheden binnen gestelde termijnen, op straffe van dwangsommen.
[Appellanten] gingen tegen dit vonnis in hoger beroep. Ze voerden aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte de VvE-gerelateerde aspecten bij de beslissing betrok en dat de rechter de voorwaarden uit de vaststellingsovereenkomst had overschreden. Ook betwistten ze de oplegging van dwangsommen, stellende dat het voor hen onmogelijk was om binnen de gestelde termijnen aan de veroordelingen te voldoen.
De beslissing van de rechtbank.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beoordeelde het hoger beroep en kwam tot de conclusie dat [geïntimeerden] nog steeds een spoedeisend belang hadden bij de gevraagde voorzieningen. Het hof oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht de VvE-gerelateerde aspecten in de beoordeling had betrokken, gezien de implicaties van de vaststellingsovereenkomst en de regels binnen de VvE. [Appellanten] waren verplicht om aan zowel de afspraken uit de vso als aan de regels binnen de VvE te voldoen, inclusief het verkrijgen van toestemming voor constructieve werkzaamheden.
Het hof verwierp ook de stelling van [appellanten] dat de voorzieningenrechter een nieuwe rechtstoestand tussen partijen had gecreëerd en wees hun bezwaren tegen de oplegging van dwangsommen van de hand. Het hof vond dat de voorzieningenrechter voldoende had gemotiveerd waarom dwangsommen noodzakelijk waren om [appellanten] aan te zetten tot naleving van de afspraken. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde [appellanten] in de proceskosten van [geïntimeerden] in hoger beroep. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd, ongeacht een eventueel cassatieberoep.
In deze zaak benadrukt het hof het belang van het naleven van afspraken binnen de context van een vaststellingsovereenkomst en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, vooral wanneer deze ook betrekking hebben op de rechten en plichten binnen een VvE. Het hof legt de nadruk op het spoedeisende karakter van de nakoming van deze afspraken, gezien de nadelige situatie die door de sloopwerkzaamheden is veroorzaakt en die door de herstelwerkzaamheden moet worden verholpen. De beslissing illustreert hoe rechters in kort geding snel moeten handelen om geschillen over niet-nagekomen afspraken op te lossen, terwijl ze de belangen van alle betrokken partijen in acht nemen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



