De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een conflict binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) over de vraag wie de rechtmatige bestuurder van de VvE is, of de beheerovereenkomst met de voormalige beheerder eind 2021 is beëindigd, en of artikel 42 van het huishoudelijk reglement nietig is. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de huidige bestuurders niet op rechtsgeldige wijze zijn benoemd, dat de beheerovereenkomst niet is beëindigd en dat artikel 42 van het huishoudelijk reglement voor niet-geschreven moet worden gehouden. Het gerechtshof Den Haag bekrachtigt deze beschikking in hoger beroep.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak komt voort uit een geschil tussen leden van een VvE over de bestuurlijke en administratieve gang van zaken binnen de vereniging. De VvE is opgericht bij een splitsingsakte in 2004, waarbij ook een huishoudelijk reglement is vastgesteld. In 2020 en 2021 zijn er verschillende vergaderingen gehouden door de VvE-leden, waarbij het bestuur en de beheerder van de VvE ter discussie stonden.
Op 9 december 2020 verzochten enkele VvE-leden, waaronder [appellante], om een extra algemene ledenvergadering te houden, met als doel een nieuwe bestuurder te benoemen wegens onvrede over de zittende bestuurder. Vanwege COVID-19-maatregelen kon deze vergadering echter niet plaatsvinden. In augustus 2021 kondigde de toenmalige bestuurder zijn aftreden aan en vond op 13 september 2021 een algemene ledenvergadering plaats om een nieuw bestuur te kiezen. Een volgende vergadering werd gepland voor 30 november 2021, maar deze vond digitaal plaats vanwege COVID-19, terwijl een groep leden onder leiding van [appellante] tegelijkertijd een fysieke bijeenkomst organiseerde.
Tijdens deze vergaderingen ontstond onenigheid over de geldigheid van de bijeenkomsten en de besluiten die daarin werden genomen. Een belangrijk punt van discussie was artikel 42 van het huishoudelijk reglement, dat het aantal volmachten per gemachtigde beperkte tot twee. Deze beperking werd door sommige leden als strijdig met het splitsingsreglement beschouwd.
In eerste aanleg had de kantonrechter geoordeeld dat de besluiten genomen tijdens de door [appellante] georganiseerde vergaderingen niet rechtsgeldig waren, omdat deze vergaderingen niet in overeenstemming met het reglement waren uitgeschreven. De kantonrechter oordeelde tevens dat de beheerovereenkomst met VvE Company niet was beëindigd, en dat artikel 42 nietig was omdat het strijdig was met het splitsingsreglement.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof Den Haag heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de door [appellante] en anderen georganiseerde vergadering niet rechtsgeldig was en dat de besluiten van die vergadering de VvE niet binden. De bevoegdheid voor het uitschrijven van een vergadering lag niet bij [appellante] en haar medestanders, omdat er al een vergadering was gepland door de VvE in overeenstemming met de eerdere besluiten van de algemene ledenvergadering.
Het hof oordeelde verder dat de beheerovereenkomst met VvE Company niet was beëindigd, omdat er geen formele opzegging had plaatsgevonden ondanks eerdere mededelingen van de directeur van VvE Company. De verklaring van de directeur tijdens de digitale vergadering op 30 november 2021, waarin hij aangaf dat de beheerovereenkomst niet zou worden opgezegd, werd als doorslaggevend gezien.
Ten aanzien van artikel 42 van het huishoudelijk reglement, oordeelde het hof dat deze bepaling in strijd was met het splitsingsreglement dat geen beperking kent op het aantal volmachten per gemachtigde. Hierdoor werd artikel 42 voor niet-geschreven gehouden, conform artikel 44 van het reglement.
Tot slot werd [appellante] veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, aangezien zij in het ongelijk was gesteld. Het hof wees ook de door [appellante] aangevoerde grieven af, aangezien deze geen afdoende grondslag hadden om de beschikking van de kantonrechter te vernietigen.
De uitspraak bevestigt de beslissingen van de kantonrechter en benadrukt het belang van het naleven van de reglementen binnen een VvE, zowel wat betreft de benoeming van bestuurders als de geldigheid van huishoudelijke bepalingen. Het hof onderstreept dat besluiten die niet volgens de vastgestelde procedures tot stand komen, niet rechtsgeldig zijn en niet bindend voor de VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




