De zaak in het kort
In deze zaak staat de vraag centraal of de eigenaren van een appartement, aangeduid als [appellanten], gerechtigd zijn om de betaling van hun bijdragen aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) op te schorten. De [appellanten] willen de betalingen stopzetten totdat de VvE de lekkages in het gebouw verhelpt en de door hen geleden schade vergoedt. De kantonrechter heeft eerder geoordeeld dat de [appellanten] de achterstallige VvE-bijdragen moeten voldoen zonder verrekening en dat zij de juiste procedure voor appartementseigenaren moeten volgen om de VvE tot actie te dwingen. In hoger beroep bevestigt het hof deze uitspraak.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure in hoger beroep begon met een dagvaarding door de [appellanten] op 15 maart 2024. Zij tekenden beroep aan tegen een vonnis van de kantonrechter te Rotterdam, uitgesproken op 15 december 2023. De VvE is in deze procedure niet verschenen.
De [appellanten] zijn eigenaren van een appartement en daarmee automatisch lid van de VvE. Zij zijn maandelijks verplicht een VvE-bijdrage te betalen. Sinds 2017 hebben zij herhaaldelijk geklaagd over lekkages op de galerij van het gebouw. Deze klachten leidden tot diverse correspondentie met de VvE, maar een definitieve oplossing bleef uit. In 2019 werd een lekdetectieonderzoek uitgevoerd en werden offertes voor reparaties aangevraagd, maar de besluitvorming binnen de VvE was ontoereikend om tot volledige renovatie van de galerijvloeren over te gaan.
De [appellanten] besloten uiteindelijk de VvE-bijdragen op te schorten totdat de lekkages waren verholpen en de schade vergoed. Zij maakten hun eisen kenbaar aan de VvE en stelden een schadevergoeding voor beschadigde tuinmeubelen, een scooter en tegels.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat de [appellanten] hun betalingsverplichtingen niet konden opschorten op basis van hun vorderingen. Het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De [appellanten] moeten de achterstallige VvE-bijdragen voldoen, omdat zij geen opeisbare vorderingen hebben op de VvE. Voor herstelwerkzaamheden aan gemeenschappelijke delen van het gebouw is besluitvorming binnen de VvE noodzakelijk, en de [appellanten] hebben geen gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheden om besluiten van de VvE aan te vechten of te laten vernietigen.
Het hof wijst ook de vordering tot schadevergoeding af. De [appellanten] hebben onvoldoende bewijs geleverd over de oorzaken van de schade en de hoogte ervan. De VvE wordt niet aansprakelijk gehouden voor de gestelde schade, omdat de [appellanten] niet duidelijk konden maken hoe de schade was ontstaan of hoe deze was berekend.
De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de [appellanten] tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, zij het dat deze kosten op nihil worden gesteld omdat de VvE niet is verschenen.
Deze uitspraak benadrukt het belang voor appartementseigenaren om binnen de structuur van een VvE de juiste juridische wegen te bewandelen. Zij moeten formele procedures volgen om herstelwerkzaamheden af te dwingen en eventuele besluiten van de VvE te betwisten. De uitspraak onderstreept ook de noodzaak van gedetailleerde bewijsvoering bij het claimen van schadevergoedingen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




