De zaak in het kort
De kern van deze juridische kwestie betreft een woning die in 1968 is opgesplitst in drie appartementen zonder dat er destijds een vereniging van eigenaars (VVE) werd opgericht. De eigenaar van het onderste appartement, aangeduid als [verzoekster], en de eigenaar van de twee bovenliggende appartementen, aangeduid als [verweerster], hebben een geschil over de oprichting van een VVE en de verdeling van de kosten. [verweerster] heeft de kantonrechter verzocht om de akte van splitsing te wijzigen om alsnog een VVE op te richten en de kostenverdeling aan te passen op basis van het woonoppervlak van elk appartement. De kantonrechter honoreerde beide verzoeken, maar in hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag dit besluit deels herzien. Terwijl het hof instemt met het oprichten van een VVE, wijst het de wijziging van de kostenverdeling af.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een beroepschrift van [verzoekster] tegen de beschikking van de kantonrechter in Den Haag, ingediend op 13 november 2024. [verweerster] diende op haar beurt een verweerschrift in, waarin zij haar verzoeken wijzigde. Tijdens een mondelinge behandeling op 15 september 2025 werden de standpunten van beide partijen verder uiteengezet. Een verklaring van Obvion N.V., de hypotheekverstrekker van [verweerster], werd toegevoegd aan de stukken en gaf aan dat zij geen bezwaar hadden tegen de verzoeken, maar geen noodzaak zagen om door het hof gehoord te worden.
Het gebouw waar de appartementen zich bevinden, is in 1968 gesplitst. Volgens de splitsingsakte moeten de eigenaren elk een derde van de gezamenlijke kosten en lasten dragen. Echter, [verweerster] wilde de splitsingsakte zodanig wijzigen dat er een VVE zou worden opgericht en dat de kostenverdeling zou worden gebaseerd op het woonoppervlak van de appartementen. Dit zou betekenen dat [verzoekster] meer zou moeten bijdragen vanwege de uitbouw bij haar appartement.
Bij de rechtbank had [verweerster] succesvol om medewerking van [verzoekster] gevraagd om de splitsingsakte te kunnen aanpassen. [verzoekster] ging hiertegen in beroep, met als doel de eerdere beschikking te vernietigen en de verzoeken van [verweerster] af te wijzen.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof Den Haag moest zich buigen over twee belangrijke vragen: moet de splitsingsakte worden gewijzigd om een VVE op te richten en moet de bijdrageverplichting worden aangepast?
1. **Oprichting van een VVE**: Het hof stelde vast dat de huidige splitsingsakte niet voldoet aan de wettelijke eisen, omdat er geen voorzieningen zijn getroffen voor een VVE met bijbehorende statuten. Het hof vond dat [verweerster] voldoende belang had bij de oprichting van een VVE. Dit zou niet alleen de verkoopmogelijkheden van de appartementen verbeteren (aangezien hypotheekinstellingen vaak een VVE eisen), maar ook bijdragen aan een betere samenwerking voor het onderhoud. Het hof besliste dat dit verzoek kon worden toegewezen, zij het in beperktere vorm dan de kantonrechter had gedaan.
2. **Wijziging van de bijdrageverplichting**: [verweerster] had verzocht om de kosten te verdelen naar rato van het woonoppervlak, wat zou betekenen dat [verzoekster] meer zou moeten betalen. Het hof oordeelde echter dat [verzoekster] haar weigering om hiermee in te stemmen voldoende had onderbouwd. De oorspronkelijke kostenverdeling was objectief en gebruikelijk, en was bij de aankoop van de appartementen ook bekend voor [verweerster]. Het hof wees daarom dit verzoek af.
Concluderend vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en gaf een nieuw dictum dat de oprichting van een VVE, zoals bepaald in de geldende wetgeving, mogelijk maakt. Het hof besloot dat de proceskosten door beide partijen zelf gedragen moeten worden. Deze beslissing benadrukt het belang van een formele VVE voor de eigenaars van appartementen binnen een gesplitst gebouw, terwijl het ook de noodzaak van redelijke gronden voor wijzigingen in de kostenverdeling onderstreept.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




