De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een conflict tussen een verkoper, [appellant], en de kopers, [geïntimeerden], van een appartement. De partijen waren overeengekomen dat [appellant] vóór de leveringsdatum bepaalde zaken zou regelen, zoals het repareren van een lekkage en het vestigen van een erfdienstbaarheid. Toen [appellant] deze verplichtingen niet tijdig nakwam, werd de levering van het appartement uitgesteld. [appellant] stelde dat het uitstel van de levering ook uitstel van zijn verplichtingen betekende, maar [geïntimeerden] waren het daar niet mee eens en eisten een contractuele boete. De rechtbank stelde [geïntimeerden] in het gelijk en veroordeelde [appellant] tot betaling van een boete, die gedeeltelijk werd gematigd. [appellant] ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl [geïntimeerden] in incidenteel hoger beroep gingen tegen de matiging van de boete.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam, die oordeelde dat [appellant] de overeengekomen verplichtingen niet tijdig had nagekomen en veroordeelde hem tot betaling van een boete van 10% van de koopsom, zijnde € 44.750,-. De rechtbank matigde deze boete met € 8.000,- vanwege een eerdere tegemoetkoming van [appellant] aan [geïntimeerden]. [appellant] stelde dat hij gerechtigd was de leveringsdatum uit te stellen en daarmee ook zijn verplichtingen, maar de rechtbank verwierp dit argument.
In hoger beroep herhaalde [appellant] zijn standpunt dat [geïntimeerden] instemden met uitstel van zijn verplichtingen, wat volgens hem bleek uit WhatsAppberichten die tussen de partijen waren uitgewisseld. [geïntimeerden] betwistten dit en hielden vast aan de boete, stellende dat de verkoper niet tijdig had voldaan aan zijn verplichtingen, wat volgens hen schade had veroorzaakt.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de partijen oorspronkelijk hadden afgesproken dat [appellant] het appartement op 1 maart 2023 zou leveren. Voorafgaand aan deze datum moest [appellant] een lekkage repareren en een erfdienstbaarheid vestigen. In februari 2023 ontstond een discussie over de voortgang van deze verplichtingen. [appellant] stelde dat de levering kon worden uitgesteld, maar [geïntimeerden] gaven aan dat zij hem in gebreke zouden stellen als de zaken niet tijdig geregeld waren. Uiteindelijk stuurde de advocaat van [geïntimeerden] op 24 februari 2023 een ingebrekestelling, waarin werd geëist dat de erfdienstbaarheid uiterlijk op 1 maart 2023 zou zijn gevestigd.
De erfdienstbaarheid werd pas op 9 juni 2023 gevestigd, waarna de levering plaatsvond. [geïntimeerden] eisten daarop de contractuele boete, die zij in de rechtbank toegewezen kregen. Het hof moest in hoger beroep oordelen over de vraag of [appellant] erop had mogen vertrouwen dat de verplichting om de lekkage te repareren en de erfdienstbaarheid te vestigen was uitgesteld tot na 1 maart 2023.
De beslissing van de rechtbank
Het hof oordeelde dat [appellant] niet erop had mogen vertrouwen dat zijn verplichtingen waren uitgesteld door de uitwisseling van berichten met [geïntimeerden]. Het hof was van mening dat de communicatie duidelijk maakte dat de kopers geen uitstel van de contractuele verplichtingen accepteerden. Het hof vond dat de verplichting om de lekkage te repareren en de erfdienstbaarheid te vestigen vóór 1 maart 2023 op [appellant] bleef rusten en dat hij deze verplichting niet tijdig was nagekomen.
Het hof wees het verzoek van [appellant] om de boete verder te matigen af, omdat de omstandigheden geen verdere matiging rechtvaardigden. Het hof vond de door de rechtbank toegepaste matiging van € 8.000,- redelijk, gezien het feit dat [geïntimeerden] al enige compensatie hadden ontvangen voor de te late levering van het appartement.
Conclusie van het hof was dat zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ongegrond was. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het arrest werd uitgesproken door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




