De zaak in het kort
In deze zaak betreft het een geschil tussen twee leden van een Vereniging van Eigenaren (VvE) over het gebruik van een dakterras. [verzoeker 1] en [verweerder] zijn elk eigenaar van een appartementsrecht in hetzelfde gebouw, bestaande uit een pakhuis en een bovenwoning. [verweerder] heeft in 2008 met toestemming van de toenmalige eigenaar van het pakhuis een dakterras gerealiseerd op het dak van het pakhuis. Hij wenst nu dat het gebruik van dit dakterras exclusief aan hem wordt toebedeeld in de splitsingsakte. [verzoeker 1] maakt bezwaar tegen deze wijziging. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof in Den Haag hebben geoordeeld dat [verweerder] het exclusieve gebruiksrecht van het dakterras mag verkrijgen.
Het verloop van het proces en de feiten
De kwestie begon toen [verweerder] in januari 2025 bij de kantonrechter een verzoek indiende voor een wijziging van de splitsingsakte om het dakterras exclusief aan zijn woning toe te voegen. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen. [verzoeker 1] ging hiertegen in hoger beroep met het argument dat hij door de toewijzing een deel van het gemeenschappelijk eigendom zou verliezen. In hoger beroep hebben beide partijen hun standpunten uiteengezet tijdens een mondelinge behandeling. Het hof heeft bij de beoordeling van het hoger beroep vastgesteld dat de daken van het pakhuis en de woning tot de gemeenschappelijke delen van de VvE behoren. Het hof merkte op dat gemeenschappelijke zaken in de regel het gehele gebouw dienen en dat een appartementseigenaar niet gerechtigd is een gemeenschappelijk onderdeel exclusief in bezit te nemen zonder toestemming van de andere eigenaren.
De beslissing van de rechtbank
Het hof heeft geoordeeld dat [verzoeker 1] zich zonder redelijke grond tegen de wijziging van de splitsingsakte verzet. Het hof vond dat [verzoeker 1] feitelijk geen gebruik heeft gemaakt van het dakterras en dat hij ook geen reëel belang heeft dat gebruik te behouden. Het dakterras werd met instemming van de toenmalige eigenaar van het pakhuis door [verweerder] gerealiseerd en in gebruik genomen. Het hof wees er verder op dat [verweerder] de kosten van de dakvervanging en de aanleg van het dakterras zelf heeft gedragen. Ten aanzien van de gevorderde gebruiksvergoeding door [verzoeker 1] stelde het hof dat er geen juridische grondslag is voor een dergelijke vergoeding, aangezien [verzoeker 1] geen rechten of voordelen verliest door de toewijzing van het exclusieve gebruiksrecht van het dakterras aan [verweerder]. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en [verzoeker 1] veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De beslissing betekent dat [verweerder] het dakterras exclusief mag gebruiken en dat dit ook in de splitsingsakte vastgelegd wordt.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




