De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellante] B.V. en [geïntimeerde] B.V., beide gevestigd in Nederland, over de financiële afrekening van een vastgoedproject. De kern van het geschil betreft de hoogte van de ontwikkelkosten en de verkoopopbrengsten van het project, waarbij er onenigheid is over verschillende financiële posten. Het gerechtshof Den Haag heeft in een hoger beroep besloten dat een deskundige moet worden aangesteld om duidelijkheid te verschaffen over de exacte bedragen die in het spel zijn.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een tussenarrest van het hof op 18 februari 2025, waarin werd aangegeven dat er een afrekening moest plaatsvinden tussen de twee partijen. [appellante] was van mening dat zij aan [geïntimeerde] 10% van het verschil tussen de ontwikkelkosten en de verkoopopbrengst verschuldigd was. Echter, er was onenigheid over de exacte bedragen van deze kosten en opbrengsten. Het hof besloot daarom dat een deskundige moest worden aangesteld om deze bedragen te verifiëren.
In het hoger beroep werden verschillende documenten en aktes uitgewisseld tussen de partijen, waaronder een verzoek tot heroverweging door [geïntimeerde] en antwoordaktes van beide partijen. Beide partijen hadden verschillende berekeningen voor de opbrengsten en kosten van het project. [appellante] en [geïntimeerde] hadden elk hun eigen schattingen voor de opbrengst van appartementen en bijdragen van de gemeente, met aanzienlijke verschillen tussen de bedragen. Bovendien waren er verschillen in de geschatte kosten, zoals advieskosten, verkoopkosten, en gemeentebelastingen.
Het hof heeft partijen uitgenodigd om gezamenlijk naar de verschillen te kijken, maar dit leidde niet tot een oplossing. Daarom besloot het hof dat een deskundige alle betwiste posten zou onderzoeken. [appellante] had bezwaar tegen het onderzoeken van bepaalde posten, maar het hof besloot dat alle drie de posten aan de opbrengstenkant door de deskundige onderzocht moesten worden, evenals meerdere posten aan de kostenkant.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof Den Haag heeft beslist dat een deskundige moet worden ingeschakeld om de werkelijke ontwikkelkosten en verkoopopbrengsten van het vastgoedproject vast te stellen. De deskundige zal onderzoeken of [appellante] een juiste opgave heeft gedaan van de financiële posten en in hoeverre de berekeningen van de partijen correct zijn. Ook zal de deskundige aanvullende opmerkingen kunnen maken die van belang kunnen zijn voor het oordeel in deze zaak.
De deskundige zal onder supervisie van een raadsheer-commissaris, mr. C.A. Joustra, het onderzoek uitvoeren. Partijen zijn overeengekomen dat [deskundige] AA als deskundige zal optreden. Het voorschot voor het deskundigenonderzoek is vastgesteld op €29.040,- inclusief btw, en dit bedrag moet door [geïntimeerde] als eisende partij worden voldaan. Het hof heeft bepaald dat de deskundige zijn onderzoek zelfstandig zal verrichten, tenzij de raadsheer-commissaris anders beslist.
De deskundige moet zijn schriftelijke rapport uiterlijk voor 12 mei 2026 indienen. Het rapport moet inzicht geven in de opmerkingen van de partijen en eventuele verzoeken die zij hebben gedaan. Het hof zal daarna de zaak verder behandelen, afhankelijk van de bevindingen van de deskundige. Het hof heeft de verdere beslissing in deze zaak aangehouden in afwachting van het deskundigenbericht.
Deze uitspraak onderstreept het belang van nauwkeurige financiële afrekening en de rol van deskundigen in het verduidelijken van complexe zakelijke geschillen. Het hof benadrukt dat het deskundigenonderzoek cruciaal is om een weloverwogen en rechtvaardig oordeel te kunnen vellen in deze zaak.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




