De zaak in het kort
De kern van deze juridische kwestie betreft een geschil tussen [appellante] B.V. en [geïntimeerde] B.V. over de afrekening van een vastgoedproject. Het Gerechtshof Den Haag moet zich buigen over de vraag hoe de ontwikkelkosten en de verkoopopbrengst van het project moeten worden berekend, aangezien [appellante] 10% van het verschil tussen deze twee aan [geïntimeerde] moet betalen. Beide partijen hebben verschillende opvattingen over de hoogte van zowel de opbrengsten als de kosten, wat de noodzaak van een deskundigenonderzoek met zich meebrengt om deze te bepalen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een tussenarrest op 18 februari 2025, waarin het hof aangaf dat er een deskundige benoemd zou worden om de exacte hoogte van bepaalde posten aan zowel de inkomsten- als de uitgavenkant vast te stellen. De rechtbank heeft de partijen gevraagd om hun mening te geven over dit voornemen.
[geïntimeerde] heeft het hof verzocht om terug te komen op enkele bindende eindbeslissingen uit het tussenarrest, maar het hof zag hier geen reden toe en bleef bij zijn eerdere beslissingen. De verschillen in de opbrengsten en kosten zijn als volgt:
– Opbrengstenkant:
– Opbrengst van appartementen [locatie A] en [locatie B]: [appellante] schat dit op € 6.498.626,01, terwijl [geïntimeerde] het op € 8.997.163,- plaatst.
– Opbrengst van appartementen [locatie C]: [appellante] schat dit op € 7.762.302,- en [geïntimeerde] op € 8.654.468,-.
– Gemeentelijke bijdrage aan een parkeergarage: [appellante] schat dit op nihil, [geïntimeerde] op € 170.000,-.
[appellante] stelde voor om alleen de opbrengsten van de appartementen [locatie A] en [locatie B] te onderzoeken, maar het hof besloot dat alle drie de posten moeten worden onderzocht, gezien de verschillende manieren waarop partijen de bedragen hebben verrekend.
– Kostenkant:
– Diverse advieskosten: [appellante] begroot deze op € 245.686,85, [geïntimeerde] op € 137.490,75.
– Verkoopkosten: [appellante] op € 198.230,19, [geïntimeerde] op nihil.
– Gemeentebelastingen en overige: [appellante] op € 172.575,83, [geïntimeerde] op € 101.556,80.
– Grondkosten: [appellante] op € 3.768.430,-, [geïntimeerde] op € 5.850.000,-.
– Bouwkosten inclusief meerwerk: [appellante] op € 18.060.000,- + € 102.084,86, [geïntimeerde] totaal op € 16.867.000,-.
– Algemene kosten (kantoorkosten): [appellante] op € 628.206,-, [geïntimeerde] op nihil.
– Aanvullende investering winkelpanden: [appellante] op € 160.000,-, [geïntimeerde] op nihil.
– Resultaat afgelopen werk: [appellante] op minus € 198.826,75, [geïntimeerde] op nihil.
Het hof besloot dat de deskundige alle bovenstaande posten zou moeten onderzoeken, aangezien [geïntimeerde] geen aanvullende suggesties deed voor specifieke vragen.
De beslissing van de rechtbank
Het hof heeft besloten een deskundige te benoemen om de exacte opbrengsten en kosten vast te stellen. De deskundige dient de volgende vragen te beantwoorden:
1. Heeft [appellante] een juiste opgave van de opbrengsten gedaan? Zo nee, wat is het juiste bedrag?
2. Heeft [appellante] een juiste opgave van de kosten gedaan? Zo nee, wat is het juiste bedrag?
3. Zijn er nog andere relevante opmerkingen vanuit de deskundigheid van de deskundige?
De deskundige, [deskundige] AA, zal ook belast worden met de uitvoering van dit onderzoek. Beide partijen hebben ingestemd met zijn benoeming. Het voorschot voor de deskundige is vastgesteld op € 29.040,-, inclusief btw, en moet door [geïntimeerde] als de eisende partij worden voldaan. Het hof benoemde mr. C.A. Joustra tot raadsheer-commissaris om het proces te begeleiden.
Het hof benadrukt dat de deskundige zelfstandig zal werken, maar onder leiding van de raadsheer-commissaris indien nodig. De deskundige moet zijn bevindingen schriftelijk rapporteren aan het hof vóór 12 mei 2026. Daarbij moet hij ervoor zorgen dat beide partijen in de gelegenheid worden gesteld om opmerkingen te maken en verzoeken te doen, waarvan de inhoud in het rapport moet worden vermeld.
Ten slotte heeft het hof bepaald dat [geïntimeerde] ervoor moet zorgen dat het procesdossier binnen twee weken aan de deskundige wordt verstrekt. Zodra de deskundige zijn rapport heeft gedeponeerd, zal de zaak weer op de rol komen voor verdere behandeling. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




