De zaak in het kort
In deze rechtszaak, behandeld door het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius, en Saba, stond een geschil tussen een verhuurder en een huurder centraal. De verhuurder eiste een schadevergoeding van de huurder na de beëindiging van de huurperiode. De verhuurder stelde dat de huurder de woning niet schoon had opgeleverd en schade had veroorzaakt aan de buitenluiken. De huurder moest de schoonmaakkosten en de kosten voor het herstel van de buitenluiken betalen, maar de eis voor schadevergoeding met betrekking tot de horren werd afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 7 juli 2021 sloten de partijen een huurovereenkomst voor een woning op Bonaire, met een initiële looptijd van 1 september 2021 tot 1 september 2022. Deze overeenkomst werd verlengd tot 1 maart 2024. De huurder verliet het gehuurde op 29 februari 2024. Volgens de huurovereenkomst was de huurder verplicht om het gehuurde schoon op te leveren en om elke zes maanden een servicebeurt aan de airco’s te laten uitvoeren.
De verhuurder stelde dat de huurder de woning niet schoon had opgeleverd en de airco’s niet volgens afspraak had onderhouden. Ook was er schade aan de verstelbare buitenluiken. De verhuurder had eerder een verstekvonnis gekregen, maar de huurder stelde hiertegen verzet in. Het gerecht oordeelde dat het verzet tijdig was ingesteld, aangezien de huurder pas op 20 december 2024 op de hoogte was van het verstekvonnis door een e-mail van de gemachtigde van de verhuurder. Het verzetschrift werd op 2 januari 2025 ingediend.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarvoor de partijen via een videoverbinding deelnamen, werd besproken dat de huurder de schoonmaakkosten had erkend. De verhuurder presenteerde een factuur voor schoonmaakkosten van USD 212,00, die door de huurder betaald moest worden. Voor de airco’s werd een bedrag van USD 222,60 toegewezen, omdat de huurder geen bewijs van onderhoud kon overleggen.
Wat betreft de schade aan de verstelbare buitenluiken, voerde de huurder aan dat de schade mogelijk was ontstaan door de schilder van de Vereniging van Eigenaars (VvE), maar kon dit niet voldoende onderbouwen. Volgens artikel 7A:1581 BW BES wordt vermoed dat de schade die tijdens de huurperiode is ontstaan, door de huurder is veroorzaakt. De huurder kon dit vermoeden niet weerleggen, waardoor de herstelkosten van USD 471,70 moesten worden betaald.
De verhuurder claimde ook schade aan de horren, maar dit werd afgewezen. De huurder had bewijs van klachten over de staat van de horren tijdens de huurperiode, en de verhuurder had onvoldoende aangetoond dat de horren bij aanvang in goede staat waren.
Daarnaast stelde de huurder dat zij USD 450,00 had betaald voor een televisie die in het gehuurde was gebleven, en wilde dit bedrag verrekenen. De verhuurder presenteerde een document waarin stond dat de televisie eigendom van de verhuurder bleef zonder compensatie. De authenticiteit van dit document en de handtekening werden door de huurder betwist, waardoor het gerecht het beroep op verrekening verwierp vanwege de onduidelijkheid hierover.
De beslissing van de rechtbank.
Het gerecht vernietigde het eerdere verstekvonnis en besliste opnieuw. De huurder werd veroordeeld tot betaling van USD 852,30 aan de verhuurder voor de schoonmaakkosten en de herstelkosten aan de verstelbare buitenluiken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2024 tot de dag van volledige betaling. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat elke partij de eigen kosten draagt.
De beslissingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat zij onmiddellijk van kracht zijn, ongeacht een eventueel hoger beroep. Dit betekent dat de huurder verplicht is de toegewezen bedragen te betalen, zelfs als zij besluit hoger beroep aan te tekenen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke afspraken in huurovereenkomsten en het naleven van deze afspraken door huurders, evenals het belang voor verhuurders om voldoende bewijs te leveren wanneer zij schadevergoeding eisen. De zaak onderstreept ook de noodzaak van een goede administratie en documentatie gedurende de huurperiode, zowel voor huurders als verhuurders, om geschillen over de staat van het gehuurde bij aanvang en beëindiging van de huurperiode te voorkomen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




