De zaak in het kort
De vereniging Dawn Beach Club Association (DBCA) vordert van de Supreme Transportation Corporation N.V. (STC) niet-betaalde verenigingsbijdragen vanaf 2017. STC beroept zich gedeeltelijk succesvol op verjaring. Het gerecht wijst de vordering voor buitengerechtelijke kosten af, evenals de kosten voor conservatoir beslag, vanwege een schending van de waarheidsplicht door DBCA.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begint met het indienen van een inleidend verzoekschrift door DBCA op 5 juni 2025, waarin zij betaling eist van verenigingsbijdragen die sinds 2017 zijn opgelopen. STC dient op 16 september 2025 een conclusie van antwoord in. Beide partijen worden vertegenwoordigd door hun gemachtigden, mr. K. Huisman voor DBCA en mr. V.C. Choennie voor STC.
DBCA behartigt de belangen van de eigenaren van percelen in The Villas of Oyster Pond. STC, eigenaar van een perceel in deze gemeenschap sinds december 2015, is verplicht tot het betalen van jaarlijkse bijdragen aan DBCA. STC heeft echter alleen de bijdrage voor 2016 voldaan. In mei 2025 heeft DBCA conservatoir beslag gelegd op het perceel van STC.
DBCA vordert betaling van USD 15.750, vermeerderd met rente en een ‘late payment fee’, evenals buitengerechtelijke kosten en de kosten voor beslaglegging. STC verdedigt zich door te stellen dat zij pas in februari 2025 op de hoogte was van de betalingsverplichting, na een bericht via Facebook van DBCA. STC betwist de hoogte van de vordering en beroept zich op verjaring voor de jaren voor 2021.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat er geen discussie bestaat over de betalingsplicht van STC, maar wel over de hoogte van de verschuldigde bedragen en of de facturen correct zijn verzonden. De rechtbank acht bewezen dat de facturen naar het juiste e-mailadres zijn verzonden, dat van de oorspronkelijke makelaar van STC, die de bijdragen voor 2016 heeft voldaan.
STC’s beroep op verjaring wordt gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank stelt vast dat de vorderingen voor de jaren 2017 tot en met 2020 zijn verjaard, aangezien er geen stuitende aanmaningen zijn overgelegd. Alleen de vorderingen vanaf 2021 blijven verschuldigd.
Wat betreft de wettelijke rente en de boete-rente van 18% bovenop de wettelijke rente, heeft STC hiertegen geen afzonderlijk verweer gevoerd, waardoor de rechtbank deze toewijst. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, omdat DBCA niet heeft aangetoond dat er dergelijke werkzaamheden zijn verricht.
De rechtbank wijst ook de vergoeding van beslagkosten af. DBCA heeft haar verplichting tot waarheidsgetrouwe informatieverstrekking geschonden door niet te vermelden dat STC en haar gemachtigde wel degelijk gereageerd hebben op de herinneringen van februari 2025. Om deze reden worden de beslagkosten voor rekening van DBCA gelaten.
De proceskosten worden gecompenseerd, aangezien beide partijen deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld. STC wordt veroordeeld tot betaling van de bijdragen vanaf 2021, vermeerderd met de wettelijke rente en boete-rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



