De zaak in het kort
In deze zaak eiste de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het Tamarind Apartments complex in Sint Maarten betaling van achterstallige bijdragen, rente, en invorderingskosten van de eigenaren [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. De gedaagden erkenden de vordering, maar verwezen naar geleden schade door een lekkage, wat hen volgens hen het recht gaf hun betalingsverplichting op te schorten. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep op opschorting niet slaagde omdat de lekkage niet veroorzaakt was door de VvE. De tegenvordering van de gedaagden werd afgewezen omdat deze was verjaard.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met het indienen van een verzoekschrift door de VvE op 4 maart 2025, gevolgd door een conclusie van antwoord van de gedaagden op 19 augustus 2025, waarin zij tevens een tegenvordering indienden. De VvE reageerde op deze tegenvordering op 29 januari 2026. Een mondelinge behandeling vond plaats op 12 februari 2026, waarbij het bestuur van de VvE en [gedaagde 1] aanwezig waren, terwijl [gedaagde 2] afwezig was.
Tamarind Apartments is een stichting die zich richt op het behartigen van de belangen van appartementseigenaren, waaronder het innen van verschuldigde bijdragen. [X], een van de gedaagden, had in augustus 2020 de eigendom verworven van een appartementsrecht in het complex en werd automatisch lid van de VvE. Ondanks meerdere sommaties had [X] de bijdragen niet betaald, en de VvE legde conservatoir beslag op zijn appartement op 12 februari 2025.
De VvE eiste dat [X] binnen zeven dagen na het vonnis een bedrag van USD 13.972,85 zou betalen, vermeerderd met overeengekomen rente en incassokosten. De VvE baseerde haar vordering op het feit dat [X] zijn contractuele betalingsverplichtingen niet was nagekomen en noemde daarnaast een mogelijke ongerechtvaardigde verrijking, aangezien [X] gebruikmaakte van gemeenschappelijke faciliteiten zonder daarvoor te betalen.
[Gedaagde 1] voerde als verweer dat hij vanwege lekkage schade had geleden aan zijn appartement, waarvoor hij kosten had gemaakt die hij wilde verrekenen met de vordering van de VvE. Hij stelde dat hij gerechtigd was zijn betalingsverplichtingen op te schorten totdat de VvE met hem zou onderhandelen over deze kosten. De VvE voerde aan dat de tegenvordering van [X] verjaard was en dat de lekkage niet aan haar kon worden toegerekend.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het beroep van [X] op opschorting van zijn betalingsverplichting niet slaagde. [X] had onvoldoende onderbouwd dat de lekkage te wijten was aan de VvE of dat de VvE hiervoor aansprakelijk zou zijn. Ook de stelling dat de GEBE-meters tot 2023 verbruik door [X] registreerden werd door de rechtbank verworpen, omdat [X] zijn standpunt niet nader onderbouwde na de weerlegging door de VvE.
De rechtbank vond de vordering van de VvE in hoofdsom en rente toewijsbaar, en de gemaakte buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens toegewezen, omdat deze niet door [X] waren betwist. De proceskosten werden begroot en [X] werd veroordeeld om deze te betalen, inclusief de kosten van het conservatoir beslag.
In reconventie werd de vordering van [X] afgewezen wegens verjaring. De rechtbank stelde vast dat [X] al in 2020 op de hoogte was van de schade en de veronderstelde oorzaak, waardoor de verjaringstermijn in januari 2020 was begonnen. De tegenvordering werd pas in augustus 2025 ingesteld, waardoor deze te laat was. Ook inhoudelijk zou de vordering niet toewijsbaar zijn geweest, omdat de lekkage afkomstig was uit een privé-gedeelte van een bovenliggend appartement en niet uit een gemeenschappelijk deel van het gebouw.
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het vonnis direct uitgevoerd mag worden, zelfs als een van de partijen besluit om in hoger beroep te gaan bij het Gemeenschappelijk Hof. [X] en [gedaagde 2] werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de bedragen die de VvE had gevorderd, inclusief rente en kosten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




