De zaak in het kort
In deze juridische kwestie draait het om een geschil tussen Bruko Vastgoed B.V., een Nederlandse vennootschap, en Belmar Apartments N.V., een onderneming gevestigd op Bonaire. Het geschil betreft de uitleg van een exploitatieovereenkomst voor vakantieappartementen, die Bruko heeft overgenomen. De kern van het conflict is of Belmar, als beheerder, bevoegd was om na de beëindiging van de exploitatieovereenkomst op 30 juni 2024 nog boekingen te maken en aanspraak te maken op provisie. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft anders geoordeeld dan het Gerecht in eerste aanleg, en besloot dat Belmar niet gerechtigd was tot dergelijke boekingen en daarmee samenhangende provisie.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon toen Bruko in hoger beroep ging tegen een vonnis in kort geding van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, gedateerd 28 juni 2024. Bruko voerde aan dat het Gerecht ten onrechte had geoordeeld dat Belmar recht had op provisie voor boekingen die betrekking hadden op verblijf na 30 juni 2024. Bruko stelde dat de exploitatieovereenkomst, die liep van 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2024, correct was opgezegd op 6 december 2022 en dat Belmar derhalve vanaf die datum geen nieuwe boekingen voor na de einddatum van de overeenkomst mocht maken.
Belmar, daarentegen, betoogde dat op basis van artikel 4.6 van de exploitatieovereenkomst zij gerechtigd was om boekingen te blijven maken voor de periode na 30 juni 2024 en dat zij recht had op 45% van de huuropbrengsten van deze boekingen. Het Gerecht in eerste aanleg had Belmar hierin gelijk gegeven, waardoor Bruko verplicht was om de boekingen na 30 juni 2024 te honoreren en de bijbehorende provisie aan Belmar te betalen.
In het hoger beroep stelde Bruko dat de opzegging van de overeenkomst betekende dat Belmar geen recht meer had om boekingen te maken voor periodes na de beëindiging van de overeenkomst. Bruko refereerde aan artikel 1.1 van de overeenkomst, dat bepaalt dat de appartementen voor de duur van de overeenkomst aan Belmar ter beschikking worden gesteld voor exploitatie. Dit impliceert volgens Bruko dat Belmar geen rechten meer had na de einddatum van de overeenkomst.
De beslissing van de rechtbank
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft in zijn vonnis geoordeeld dat de uitleg van Bruko correct was en dat Belmar niet bevoegd was om boekingen te maken voor periodes na 30 juni 2024. Het hof baseerde zijn oordeel op de Haviltex-maatstaf, die vereist dat de redelijke verwachtingen en bedoelingen van de partijen bij de overeenkomst worden meegewogen. Het hof vond dat het redelijk was te verwachten dat Belmar geen rechten meer had na de beëindiging van de overeenkomst en dat zij geen provisie kon claimen voor boekingen na die datum.
Het hof heeft verder geoordeeld dat er geen sprake was van een bemiddelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:425 BW BES die Belmar recht zou geven op provisie na de einddatum van de exploitatieovereenkomst. Zelfs als de overeenkomst als zodanig zou worden beschouwd, zou het recht op provisie niet gelden voor boekingen na de looptijd van de overeenkomst.
Het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg werd daarom vernietigd, en de vorderingen van Belmar werden afgewezen. Belmar werd veroordeeld om de proceskosten van Bruko te vergoeden, die in totaal US$ 5.786,75 bedroegen. Daarnaast moest Belmar een bedrag van US$ 1.089 terugbetalen, dat Bruko eerder ter uitvoering van het bestreden vonnis had voldaan.
Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke afspraken en verwachtingen bij de opstelling en beëindiging van contracten, en biedt een belangrijke precedent voor de uitleg van exploitatieovereenkomsten in de context van toeristische verhuur. Het hof heeft duidelijk gemaakt dat de rechten en verplichtingen van partijen na de beëindiging van een contract niet zonder meer kunnen worden doorgetrokken als dit niet expliciet is overeengekomen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




