VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

**ECLI:NL:PHR:2026:28 – huur bedrijfsruimte en de wil tot eigen gebruik**

by VvERechstpraak.nl
17/01/2026
Reading Time: 3 mins read
A A
0

**

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBLIM:2026:237 VvE-besluiten ongeldig verklaard wegens procedurele fouten

ECLI:NL:GHARL:2026:293 conflict over airco-installatie en drainagetegels

ECLI:NL:GHAMS:2026:157 klacht tegen notaris over appartementverkoop ongegrond verklaard

De zaak in het kort

In deze juridische kwestie staat de opzegging en beëindiging van een huurovereenkomst door Lidl Nederland GmbH centraal. Lidl had een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte beëindigd op grond van dringend eigen gebruik, met het voornemen om hun supermarkt uit te breiden. De voormalige huurders voerden aan dat Lidl in werkelijkheid niet de intentie had om de ruimte duurzaam in eigen gebruik te nemen en eisten schadevergoeding op grond van artikel 7:299 BW. Het gerechtshof vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter en stelde de huurders in het gelijk, oordelend dat Lidl de waarheidsplicht had geschonden en geen werkelijke wil tot eigen gebruik had.

Het verloop van het proces en de feiten

Lidl had in 2016 de huurovereenkomst met de huurders opgezegd, met als reden dat zij de ruimte dringend nodig hadden voor eigen gebruik. Dit was gebaseerd op plannen om de supermarkt uit te breiden. De kantonrechter had in eerste instantie de beëindigingsvordering van Lidl toegewezen, waardoor de huurders de ruimte moesten verlaten. De huurders stelden echter dat Lidl hen had misleid, omdat de wil om de ruimte persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen bij Lidl in werkelijkheid ontbrak. Zij wezen onder meer op het feit dat Lidl na de opzegging had verklaard vooralsnog geen concreet plan te hebben en dat er geen reële mogelijkheden voor uitbreiding waren. Bovendien hadden zij bewijs dat Lidl valse informatie had verstrekt, waaronder foto’s die niet in de gehuurde ruimte waren gemaakt.

De huurders brachten de zaak voor het hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof oordeelde dat Lidl de waarheidsplicht had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken tijdens de beëindigingsprocedure. Het hof stelde vast dat Lidl op het moment van opzegging en tijdens de procedure geen serieuze wil had om de ruimte in duurzaam gebruik te nemen. Er waren geen concrete plannen of reële mogelijkheden aangetoond. Het hof baseerde zijn oordeel mede op een gesprek waarin een vertegenwoordiger van Lidl aangaf dat er geen plannen waren voor uitbreiding en dat de gemeente geen toestemming zou geven voor een grotere supermarktruimte.

De beslissing van de rechtbank.

Het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde het vonnis van de kantonrechter en kende de vorderingen van de huurders toe. Het hof oordeelde dat Lidl schadeplichtig was omdat de wil om de ruimte persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen, zoals vereist onder artikel 7:299 lid 1 BW, niet aanwezig was. Het hof benadrukte dat dergelijke wil voldoende serieus, reëel en concreet moet zijn. Lidl’s beweerde plannen en voornemens bleken onvoldoende onderbouwd en niet serieus te nemen. Bovendien had Lidl geen wezenlijke veranderingen in hun beweegredenen sinds de opzegging kunnen aantonen.

Het hof wees de huurders een verklaring voor recht toe, waarin werd vastgesteld dat Lidl aansprakelijk was voor de beëindiging van de huurovereenkomst op oneigenlijke gronden. Lidl werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van zowel de kantonrechter als het hoger beroep. Lidl stelde vervolgens cassatieberoep in, maar het hof oordeelde dat er geen belang werd aangetoond dat tot een andere uitkomst kon leiden.

De zaak benadrukt het belang van een verifieerbare en serieuze wil tot eigen gebruik bij het beëindigen van huurovereenkomsten voor bedrijfsruimten. Het hof gaf duidelijk aan dat een algemene wens tot uitbreiding onvoldoende is zonder concrete en reële plannen. Deze uitspraak kan als richtlijn dienen voor toekomstige zaken waarin de vraag centraal staat of een verhuurder oprecht de intentie heeft om een gehuurde ruimte zelf duurzaam te gebruiken.

ADVERTISEMENT

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBAMS:2025:9675 appartementsrecht en nietigheid besluit VvE

Next Post

ECLI:NL:GHDHA:2025:2661: gerechtshof Den Haag beveelt afgifte stookkostenadministratie

Gerelateerde uitspraken>>>

Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBLIM:2026:237 VvE-besluiten ongeldig verklaard wegens procedurele fouten

04/02/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:GHARL:2026:293 conflict over airco-installatie en drainagetegels

28/01/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:GHAMS:2026:157 klacht tegen notaris over appartementverkoop ongegrond verklaard

26/01/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.