De zaak in het kort
In deze zaak staat een conflict centraal tussen een aannemer, aangeduid als [eiser in conventie, verweerder in reconventie], en een Vereniging van Eigenaars (VvE). De aannemer had een overeenkomst voor werkzaamheden aan het pand van de VvE, waaronder gevelrenovatie en schilderwerk. Na problemen met de uitvoering en betaling, ontstond er een geschil. De aannemer vordert betaling voor de uitgevoerde werkzaamheden en de VvE eist schadevergoeding wegens slechte uitvoering, met name van het schilderwerk en schade aan de gevels en beglazing.
Het verloop van het proces en de feiten
De aannemer bracht op 31 mei 2023 een offerte uit voor werkzaamheden aan het pand van de VvE, waaronder gevelrenovatie en schilderwerk. De VvE accepteerde de offerte in oktober 2023 en betaalde de eerste termijn. De werkzaamheden begonnen in april 2024, maar al snel ontstonden er problemen. De VvE was ontevreden over de reiniging van de gevel en later ook over het schilderwerk. Na meerdere pogingen om het werk te verbeteren, schakelde de VvE een derde partij in om het schilderwerk te beoordelen. Deze partij concludeerde dat het werk slecht was uitgevoerd.
De aannemer stuurde in mei 2024 een slotfactuur en de VvE liet een ander bedrijf een rapport opstellen dat bevestigde dat het schilderwerk slecht was uitgevoerd. De VvE ontbond de overeenkomst gedeeltelijk voor het schilderwerk, terwijl de aannemer volhield dat de VvE nog moest betalen voor de uitgevoerde werkzaamheden. In reconventie eiste de VvE schadevergoeding voor de schade aan de gevels, beglazing, en extra kosten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de VvE de overeenkomst rechtsgeldig had ontbonden ten aanzien van het schilderwerk vanwege de slechte uitvoering. Hierdoor was de VvE niet langer verplicht om de resterende betalingen voor het schilderwerk te voldoen. De VvE hoefde ook geen extra kosten te betalen voor het reinigen van de gevels, omdat deze kosten niet duidelijk waren overeengekomen als meerwerk.
De rechtbank oordeelde dat de VvE wel de kosten voor een nieuwe regenpijp en een deel van de parkeerkosten moest betalen aan de aannemer. Verder werd de VvE veroordeeld tot het betalen van € 322,88 aan buitengerechtelijke incassokosten.
In reconventie werd de aannemer veroordeeld tot het betalen van € 10.145,16 aan schadevergoeding voor het slecht uitgevoerde schilderwerk. De rechtbank oordeelde dat de VvE recht had op vergoeding voor de kosten die zij moest maken om het schilderwerk te laten herstellen. Echter, de vorderingen van de VvE voor schade aan de gevel en beglazing werden afgewezen omdat de schade niet voldoende was onderbouwd. De aannemer hoefde ook geen schadevergoeding te betalen voor het omkloppen van loodaansluitingen en de regenpijp, omdat de VvE de aannemer niet in de gelegenheid had gesteld om deze gebreken te herstellen.
De proceskosten in zowel conventie als reconventie werden gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen. De rechtbank besloot dat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk waren gesteld. De uitspraak werd op 17 december 2025 gedaan door de rechtbank Amsterdam.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




