De zaak in het kort
In deze juridische kwestie stond een geschil centraal tussen een aannemer, aangeduid als [eiser in conventie, verweerder in reconventie], en een Vereniging van Eigenaars (VvE) over de uitvoering van bouw- en renovatiewerkzaamheden aan een pand. De aannemer had een offerte uitgebracht voor werkzaamheden zoals gevelrenovatie en schilderwerk, die door de VvE geaccepteerd was. Er ontstonden echter problemen met de kwaliteit van het uitgevoerde werk, met name het schilderwerk, wat leidde tot een conflict waarbij beide partijen vorderingen op elkaar hadden.
Het verloop van het proces en de feiten
De aannemer bracht op 31 mei 2023 een offerte uit voor werkzaamheden aan het pand van de VvE, inclusief gevelrenovatie en schilderwerk. De VvE accepteerde deze offerte, en de aannemer startte de werkzaamheden op 11 april 2024. Kort daarna ontstonden er problemen: de VvE was niet tevreden met de reiniging van de gevels en het uitgevoerde schilderwerk. Dit leidde tot een reeks van communicatie en acties tussen de partijen, waaronder de opschorting van betalingen door de VvE en het inschakelen van derden door de aannemer om het werk te corrigeren.
Op 30 mei 2024 besloot de VvE de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden voor het schilderwerk, omdat dat van slechte kwaliteit bleek te zijn. De aannemer was het hier niet mee eens en vond dat hij recht had op betaling voor het werk dat al was uitgevoerd, inclusief aanvullende kosten voor meerwerk.
De beslissing van de rechtbank
In conventie vorderde de aannemer betaling van openstaande facturen en een vergoeding voor meerwerk. De rechtbank oordeelde dat de VvE gerechtigd was om de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden vanwege de slechte kwaliteit van het schilderwerk. Dit resulteerde in een vrijstelling van de VvE om te betalen voor het schilderwerk, maar de VvE moest wel € 2.152,50 betalen voor een regenpijp en parkeerkosten, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten van € 322,88.
In reconventie vorderde de VvE schadevergoeding voor gebrekkig werk. De rechtbank oordeelde dat de aannemer € 10.145,16 aan de VvE moest betalen voor de kosten om het schilderwerk te herstellen. Daarnaast moest de aannemer de kosten van € 363 voor het rapport van EP Bouwadvies B.V., dat de schade vaststelde, vergoeden. Voor de andere schadeposten zoals de gevel, beglazing en loodaansluitingen, wees de rechtbank de vorderingen van de VvE af omdat deze onvoldoende waren onderbouwd of omdat de aannemer niet in verzuim was gesteld.
De rechtbank besloot dat de proceskosten tussen beide partijen gecompenseerd zouden worden, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen. De vonnissen in zowel conventie als reconventie werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat de opgelegde verplichtingen onmiddellijk moeten worden nagekomen, ongeacht een eventueel hoger beroep.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




