De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam heeft op 8 oktober 2025 een mondelinge uitspraak gedaan in een kort geding tussen een appartementseigenaar (de eiser) en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een wooncomplex aan het water. De eiser eiste dat de VvE zou stoppen met het aanbrengen van een aanvaarbescherming rondom het complex en dat deze bescherming gedeeltelijk zou worden verwijderd. De eiser voerde aan dat de VvE buiten haar bevoegdheden handelde en dat de constructie zijn recht op een privésteiger en zijn privacy zou schenden. De voorzieningenrechter wees echter alle vorderingen van de eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak betrof een wooncomplex aan het water waar tijdens de bouwfase twijfels ontstonden over de waterdichtheid van de fundering. Om deze problemen te verhelpen, heeft de VvE besloten om extra voorzieningen te treffen. Uit bezorgdheid over mogelijke schade door aanvaringen, heeft de VvE besloten een aanvaarbescherming aan te brengen langs de woningen aan het water. Deze bescherming bestaat uit horizontale balken en verbindingsstukken verbonden met verticale palen in de wateren die aan de gemeente toebehoren.
Tijdens een VvE-vergadering op 17 december 2024 werd besloten tot de aanleg van deze aanvaarbescherming. De eiser maakte bezwaar tegen deze bescherming omdat hij vond dat de VvE haar bevoegdheden overschreed door in gemeentewateren te bouwen, en dat het zijn recht op de aanleg van een privésteiger belemmerde. Daarnaast stelde de eiser dat de constructie zijn uitzicht belemmerde en zijn privacy schond, omdat mensen over de bescherming konden lopen en in zijn woning konden kijken.
De VvE voerde aan dat de werkzaamheden aan de aanvaarbescherming reeds waren afgerond en dat het aan de individuele eigenaren was om te beslissen of ze loopplanken op de bescherming wilden aanbrengen. De VvE stelde verder dat de aanvaarbescherming als een integraal geheel was ontworpen en dat het verwijderen van delen de stabiliteit en effectiviteit van de constructie zou schaden.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter besloot dat de vordering van de eiser om de werkzaamheden te staken niet kon worden toegewezen, aangezien de werkzaamheden al waren afgerond. De rechter oordeelde dat de aanvaarbescherming geen doorlopende loopsteigerfunctie had, maar uitsluitend een beschermende functie. Daarom was er onvoldoende bewijs dat de VvE haar bevoegdheden te buiten was gegaan of dat de constructie de rechten van de eiser zou schenden.
Ook de eis van de eiser om zijn betalingsverplichting aan de VvE voor de aanlegkosten op te schorten, werd afgewezen. Daarnaast werd de vordering voor de betaling van de kosten voor een deskundigenrapport afgewezen omdat er geen duidelijke rechtsgrond voor was en de eiser geen overleg met de VvE had gevoerd voordat hij het rapport liet opstellen.
Als gevolg hiervan werden alle vorderingen van de eiser afgewezen. De eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die werden begroot op € 4.280,00. Deze kosten moesten binnen veertien dagen na aanschrijving worden betaald, en het vonnis was wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
De uitspraak benadrukt de noodzaak voor appartementseigenaren om binnen de grenzen van de VvE-reglementen te opereren en legt uit dat een VvE bevoegdheden heeft om beslissingen te nemen die het collectieve belang van de eigenaren dienen, zelfs als individuen het daar niet mee eens zijn. De zaak onderstreept ook het belang van goedkeuring en overleg voordat juridische stappen worden ondernomen, vooral in situaties die aanpassingen in gemeenschappelijke eigendommen betreffen. De rechter heeft duidelijk gemaakt dat zonder voldoende bewijs van onrechtmatig handelen of inbreuk op rechten, juridische vorderingen in kort geding niet snel worden toegewezen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



