De zaak in het kort
In een kort geding bij de rechtbank Amsterdam heeft de eiser, een appartementseigenaar, een vordering ingediend tegen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het appartementencomplex waar hij woont. De eiser eiste dat de werkzaamheden aan een aanvaarbescherming, die de VvE langs de woningen aan het water heeft aangelegd, zouden worden gestaakt. Verder wilde hij dat de reeds aangebrachte bescherming werd verwijderd, dat zijn betalingsverplichting aan de VvE voor de aanlegkosten zou worden opgeschort, en dat de VvE hem zou compenseren voor de kosten van een door hem besteld deskundigenrapport. De voorzieningenrechter heeft al deze vorderingen afgewezen en de eiser veroordeeld in de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak betrof een appartementencomplex aan het water, waar tijdens de bouw onzekerheden waren gerezen over de waterdichtheid van de bodemconstructie. De VvE had daarom extra voorzieningen laten treffen om de waterdichtheid te waarborgen. De VvE was echter bezorgd dat deze voorzieningen schade zouden kunnen oplopen door aanvaringen en had daarom besloten maatregelen te nemen om dit risico te minimaliseren.
Tijdens een VvE-vergadering in december 2024 werd besloten om aanvaarbescherming aan te brengen langs de woningen. Deze bestond uit horizontale balken en verbindingsstukken die verbonden waren met verticale palen in het water. De bescherming was niet verbonden met de gevel van het wooncomplex. De eiser verzette zich tegen deze bescherming omdat hij van mening was dat de VvE buiten haar bevoegdheden was getreden door in gemeentewateren te bouwen, en dat zijn recht om een privésteiger aan te leggen werd belemmerd. Hij voerde ook aan dat de constructie zijn privacy en uitzicht zou schenden.
De VvE voerde aan dat de werkzaamheden aan de aanvaarbescherming al waren afgerond en dat het aan de individuele eigenaren was om te beslissen of zij loopplanken wilden aanleggen. Verder stelde de VvE dat de aanvaarbescherming een integraal geheel vormde, dat niet zonder gevaar voor de stabiliteit en effectiviteit kon worden aangepast. De VvE stond overleg toe over toegangsbelemmeringen en maatregelen die de integriteit van de bescherming niet zouden aantasten.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vorderingen van de eiser moesten worden afgewezen. Het spoedeisend belang voor het staken van de werkzaamheden ontbrak, omdat de werkzaamheden al waren afgerond. Het verzoek tot afbraak van de aanvaarbescherming kon in een kort geding alleen worden toegewezen als duidelijk was dat de constructie onrechtmatig was aangelegd. De rechter vond dat de VvE binnen haar bevoegdheden had gehandeld en geen inbreuk had gemaakt op de rechten van de eiser.
Ook de vordering tot opschorting van de betalingsverplichting van de eiser aan de VvE werd afgewezen, evenals de vordering voor compensatie van de kosten van het deskundigenrapport. De eiser had geen overleg met de VvE gevoerd over de opdracht voor het rapport, noch gevraagd om relevante deskundigenrapporten vóór het verstrekken van deze opdracht.
De eiser werd in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die in totaal € 4.280,00 bedragen, inclusief griffierecht, advocaatkosten en nakosten. Deze beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de eiser de kosten onmiddellijk moet betalen. De rechtbank benadrukte dat er geen sprake was van onrechtmatigheid in het handelen van de VvE en dat de belangen van de vereniging niet onevenredig werden geschaad door de aangebrachte voorzieningen. De zaak illustreert de complexiteit van juridische geschillen binnen VvE’s, vooral wanneer het gaat om gemeenschappelijke belangen versus individuele rechten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



