VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBAMS:2025:7784 wrakingsverzoek niet-ontvankelijk na toepassing anti-misbruikbepaling

by VvERechstpraak.nl
13/12/2025
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

Op 31 maart 2025 heeft de rechtbank Amsterdam een beslissing genomen over een wrakingsverzoek ingediend door een bewindvoerder namens een verzoeker. Het verzoek was gericht tegen kantonrechter mr. B.T. Beuving. Het wrakingsverzoek werd uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank. De beslissing was gebaseerd op het ontbreken van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel konden trekken, wat volgens de rechtbank essentieel is om een wrakingsverzoek te onderbouwen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 afwijzing schadeclaim bij hijswerkzaamheden wegens verkeerde gedaagde

ECLI:NL:GHARL:2025:8394 gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt gevangenisstraf en tbs na verkrachting en poging doodslag

**ECLI:NL:GHDHA:2025:2576 vaststelling WOZ-waarde onroerende zaken gehandhaafd**

Het verloop van het proces en de feiten

Het wrakingsverzoek werd ingediend op 18 maart 2025 en op 19 maart 2025 doorgezonden naar de Wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam. De achtergrond van het wrakingsverzoek heeft te maken met een eerdere zaak waarbij een wrakingsverzoek tegen een andere kantonrechter was toegewezen. In deze eerdere situatie werd de zaak verwezen naar een andere kantonrechter, en moest de mondelinge behandeling opnieuw worden gepland. De gemachtigde van de verzoeker bracht naar voren dat de zaak formeel nog niet was aangebracht en dat er volgens hen eerst een dagvaarding moest worden uitgebracht om de procedure correct te starten.

In de brief van 17 maart 2025 werd door de rechtbank meegedeeld dat de zaak, die oorspronkelijk was ingesteld bij de rechtbank Noord-Holland, inmiddels in behandeling was bij mr. B.T. Beuving in Amsterdam. Dit was echter afhankelijk van het uitbrengen van een exploot door een van de partijen, wat tot op dat moment nog niet was gebeurd. De verzoeker stelde dat de rechter die de zaak in behandeling nam blijk gaf van partijdigheid, aangezien de zaak niet correct was aangebracht en er verschillende procedurele fouten waren gemaakt.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trokken. De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Het uitgangspunt in dergelijke procedures is dat een rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn, tenzij het tegendeel bewezen kan worden. De verzoeker had zijn verzoek gebaseerd op vermeende onjuiste mededelingen in de correspondentie van de rechtbank, maar de rechtbank vond geen bewijs van partijdigheid in de context van de zaak.

De rechtbank benadrukte dat de mededelingen over de behandeling van de zaak niet meer inhielden dan dat de zaak aan de rechter was toegewezen voor behandeling, zodra de procespartijen op de juiste wijze waren opgeroepen. Bovendien was er geen onderbouwing geleverd voor de stelling dat de rechter stukken van de VvE had achtergehouden voor de verzoeker. Omdat er geen feiten of omstandigheden waren die wezen op een aantasting van de rechterlijke onpartijdigheid, was een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek niet nodig.

De beslissing werd gegeven door de Wrakingskamer, bestaande uit mrs. P.B. Martens, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open, wat betekent dat er geen hoger beroep kan worden aangetekend. De uitspraak onderstreept de noodzaak van duidelijke en gegronde redenen bij het indienen van een wrakingsverzoek, en de toepassing van de anti-misbruikbepaling om onterechte verzoeken te voorkomen.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHARL:2025:7481 Gerechtshof oordeelt over geschil huurster en servicekosten

Next Post

ECLI:NL:RVS:2025:5995 Raad van State valideert omgevingsvergunning Maastrichtse woningen

Gerelateerde uitspraken>>>

Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBGEL:2025:11506 afwijzing schadeclaim bij hijswerkzaamheden wegens verkeerde gedaagde

01/01/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:GHARL:2025:8394 gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt gevangenisstraf en tbs na verkrachting en poging doodslag

24/12/2025
Verjaring in de VvE

**ECLI:NL:GHDHA:2025:2576 vaststelling WOZ-waarde onroerende zaken gehandhaafd**

24/12/2025

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.