De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat een appartement dat door [eiser 1] en [eiser 2] was gekocht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet aan de verwachtingen voldeed vanwege gebreken die normaal gebruik van de woning belemmerden. Het appartement vertoonde aanzienlijke gebreken aan de leidingen en de cv-installatie, waardoor de woning niet normaal gebruikt kon worden. Hierdoor was sprake van non-conformiteit, wat inhoudt dat het geleverde goed niet voldoet aan de overeenkomst. De verkopers probeerden zich te beroepen op een exoneratiebeding in de koopovereenkomst, maar de rechtbank vond dat dit beroep ongegrond was omdat de verkopers op de hoogte waren van de gebreken en deze hadden moeten melden.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met een dagvaarding van [eiser 1] en [eiser 2] op 28 november 2024. Zij hadden een appartement gekocht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op 18 september 2023. Kort na de aankoop en op het moment dat [eiser 1] en [eiser 2] het appartement betrokken, werden gebreken aan de leidingen en cv-installatie ontdekt. Op 23 april 2024 stuurden [eiser 1] en [eiser 2] een aangetekende brief naar [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om de problemen aan te kaarten, maar kregen geen reactie. Vervolgens werden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op 27 augustus 2024 formeel aansprakelijk gesteld, wederom zonder reactie.
De zaak werd onderbouwd met diverse stukken, waaronder verklaringen van derden die bevestigden dat de cv-installatie al langere tijd niet naar behoren functioneerde en dat er reeds in 2021 problemen waren met de leidingen. Een van de getuigen, [naam 3], meldde dat een grote lekkage in 2021 schade had veroorzaakt in haar woning en dat er destijds afspraken waren gemaakt met [gedaagde 1] om de schade te vergoeden, wat echter nooit is gebeurd.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het appartement gebreken vertoonde die normaal gebruik in de weg stonden en dat [eiser 1] en [eiser 2] recht hadden op een woning zonder dergelijke gebreken. Het beroep van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op het exoneratiebeding in de koopovereenkomst werd afgewezen. De rechtbank vond dat de verkopers op de hoogte waren van de gebreken en dat het exoneratiebeding niet bedoeld was voor situaties waarin de verkoper wel degelijk op de hoogte is van de gebreken.
De rechtbank besloot dat [eiser 1] en [eiser 2] hun schade nader moesten onderbouwen. Zij kregen de gelegenheid om bij akte aan te geven welke kosten gemaakt zijn of nog moeten worden gemaakt voor het herstel van de gebreken. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor verdere afhandeling van deze kwestie. De uiteindelijke beslissing over de hoogte van de schadevergoeding zal volgen na een verdere beoordeling van de onderbouwing door [eiser 1] en [eiser 2].
De uitspraak benadrukt het belang van mededelingsplicht bij de verkoop van vastgoed en de beperkingen van exoneratiebedingen wanneer de verkoper op de hoogte is van gebreken. De zaak bevindt zich nog in de fase waarin de precieze schadevergoeding moet worden vastgesteld, maar de aansprakelijkheid van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is duidelijk vastgesteld.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




