De zaak in het kort
In de rechtbank Amsterdam speelt een civiele zaak waarbij de kopers van een appartement, [eiser 1] en [eiser 2], de verkopers, [gedaagde 1] en [gedaagde 2], aanklagen wegens non-conformiteit. De kopers hebben kort na de aankoop van het appartement ernstige gebreken ontdekt, waaronder defecte leidingen en een niet-functionerende cv-installatie. Deze gebreken belemmeren het normale gebruik van de woning. De verkopers beroepen zich op een exoneratiebeding in de koopovereenkomst, maar de rechtbank wijst dit af. De kopers krijgen de kans om de schade verder te onderbouwen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 28 november 2024. De kopers, [eiser 1] en [eiser 2], worden vertegenwoordigd door mr. P. Deul, terwijl de verkopers, [gedaagde 1] en [gedaagde 2], vertegenwoordigd worden door mr. M.R. Warner. Na de dagvaarding volgden verschillende processtukken, waaronder een conclusie van antwoord en een tussenvonnis dat leidde tot een mondelinge behandeling op 12 mei 2025.
De kopers kochten het appartement op 18 september 2023. Bij de koopovereenkomst waren garanties en mededelingsplichten opgenomen, waarin de verkopers verklaarden dat alle technische installaties naar behoren functioneerden. Echter, na de levering van het appartement op 18 december 2023, ontdekten de kopers in februari 2024 dat de leidingen in de vloer van de woonkamer en keuken gebreken vertoonden en dat de cv-installatie niet naar behoren werkte.
De kopers hebben meerdere pogingen gedaan om de verkopers te benaderen voor een oplossing, maar kregen geen respons. Ze brachten verschillende bewijsstukken in, waaronder verklaringen en offertes voor herstelwerkzaamheden. Een belangrijke verklaring kwam van [naam 3], een bewoonster van een ondergelegen appartement, die al in 2021 melding maakte van ernstige lekkages vanuit het appartement van de verkopers.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank beoordeelde de kwestie van non-conformiteit volgens artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek. De zaak moest aan de overeenkomst voldoen, wat hier niet het geval was door de gebreken die het normale gebruik van het appartement belemmerden. De rechtbank oordeelde dat het beroep van de kopers op non-conformiteit slaagde. De verkopers hadden nagelaten essentiële gebreken, waarvan zij op de hoogte waren, te melden aan de kopers.
Het beroep van de verkopers op de exoneratie in artikel 18 van de koopovereenkomst werd afgewezen. De rechtbank vond dat de verkopers bewust onjuiste mededelingen hadden gedaan over de staat van de woning, waardoor het beroep op exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.
Wat betreft de schadevergoeding werd de zaak aangehouden om de kopers in de gelegenheid te stellen hun schade nader te onderbouwen. De kopers dienen duidelijk te maken welke kosten zijn gemaakt of redelijkerwijs moeten worden gemaakt om de gebreken te herstellen. Na deze aanvullende onderbouwing zal de rechtbank een definitieve beslissing nemen over de schadevergoeding die de verkopers moeten betalen.
De zaak is verwezen naar een rolzitting op 27 juni 2025 voor verdere behandeling. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan totdat de kopers hun schade voldoende hebben onderbouwd en de verkopers hierop hebben kunnen reageren.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




