De zaak in het kort
De Vereniging van Eigenaars (VvE) van een pand in Amsterdam heeft met succes een kort geding aangespannen tegen Stichting Nederlandse Winkels III en haar huurder, Noah’s Arq B.V. De VvE eiste dat de werkzaamheden aan de gemeenschappelijke delen van het pand werden stopgezet en al verrichte werkzaamheden werden teruggedraaid. Deze werkzaamheden waren zonder toestemming van de VvE uitgevoerd. De rechtbank oordeelde in het voordeel van de VvE en verbood verdere werkzaamheden en het gebruik van de aangebrachte installaties totdat een andere rechter anders zou beslissen. De vordering om de al verrichte werkzaamheden ongedaan te maken werd echter afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE beheert het pand dat bestaat uit appartementen en commerciële ruimtes. De Stichting Nederlandse Winkels III is eigenaar van de commerciële ruimtes op de begane grond en heeft deze verhuurd aan Noah’s Arq B.V., die er een wellnesscentrum wil exploiteren. Sinds medio 2023 is de huurder gestart met werkzaamheden zonder de vereiste toestemming van de VvE, waaronder het aanbrengen van installaties in de gemeenschappelijke delen van het pand.
Op een vergadering van de VvE op 28 maart 2025 werd geconstateerd dat er werkzaamheden waren uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming, in strijd met de splitsingsakte. De VvE besloot de werkzaamheden op te schorten en eiste dat reeds verrichte werkzaamheden zouden worden teruggedraaid. Een rapport van PVM Eindhoven B.V. uit juli 2025, dat de VvE had laten opstellen, concludeerde dat de technische installaties voldeden aan de normen, maar de VvE-leden, op één na, vonden het rapport onvoldoende om toestemming te geven. Ondanks het gebrek aan toestemming, ging de huurder door met de werkzaamheden.
De VvE vorderde in kort geding een verbod op verdere werkzaamheden, verbod op het gebruik van aangebrachte installaties en een bevel om de reeds verrichte werkzaamheden ongedaan te maken. De stichting en de huurder voerden verweer, waarbij zij stelden dat de VvE onredelijk haar toestemming onthield en dat zij binnen de juridische kaders handelden.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de VvE ontvankelijk was in haar vorderingen, omdat er sprake was van spoedeisendheid vanwege de voortzetting van de werkzaamheden zonder toestemming. De voorzieningenrechter verwierp het argument van de stichting dat de VvE een procesmachtiging nodig had en het argument van de huurder dat de rechtbank onbevoegd zou zijn vanwege een arbitrageclausule in de splitsingsakte.
De rechtbank stelde de VvE in het gelijk met betrekking tot haar vorderingen om verdere werkzaamheden te verbieden en om het gebruik van de installaties te verbieden. De voorzieningenrechter vond dat zonder toestemming van de VvE geen werkzaamheden aan de gemeenschappelijke delen mochten plaatsvinden. De stelling van de huurder dat toestemming onredelijk was onthouden, werd niet gegrond bevonden. De vorderingen om de werkzaamheden ongedaan te maken werden afgewezen omdat de stichting en huurder van plan waren vervangende toestemming te vragen bij de kantonrechter.
De huurder werd veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van € 5.000 per dag bij overtreding van het verbod, met een maximum van € 200.000. Daarnaast werden de stichting en de huurder in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank benadrukte dat de regels van de splitsingsakte en het modelreglement ook op de huurder van toepassing waren, omdat deze vóór de huurovereenkomst waren vastgesteld.
Deze uitspraak onderstreept het belang van het verkrijgen van de juiste toestemmingen binnen het kader van een VvE en de juridische gevolgen van het nalaten daarvan. De zaak toont ook aan dat de VvE een sterke positie heeft bij het handhaven van de regels die de gemeenschappelijke belangen van de eigenaren beschermen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




