De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam boog zich over een geschil tussen twee appartementseigenaren en hun Vereniging van Eigenaars (VvE). De eigenaren, vertegenwoordigd door verzoekers [verzoeker 1] en [verzoeker 2], vroegen om de vernietiging van een besluit van de VvE om een officiële waarschuwing te geven aan [verzoeker 1] wegens vermeende overlast. De VvE had het besluit genomen zonder dat er recente meldingen van overlast waren, wat de verzoekers onredelijk vonden. De rechtbank moest oordelen of het besluit in strijd was met de redelijkheid en billijkheid zoals vereist door de wet.
Het verloop van het proces en de feiten
In de afgelopen jaren waren er verschillende meldingen geweest van overlast door [verzoeker 1], de dochter van [verzoeker 2], die een appartement huurt van haar vader. De overlast bestond onder meer uit geluidsoverlast, agressief gedrag en andere verstoringen. Deze meldingen werden gedaan tussen 2020 en begin 2024. De VvE had in vergaderingen besproken hoe om te gaan met deze situatie en besloot uiteindelijk om een formele waarschuwing af te geven die mogelijk zou kunnen leiden tot ontzegging van het gebruik van het appartement bij herhaalde overlast.
Op de vergadering van de VvE in december 2024, waar slechts een klein percentage van de stemmen vertegenwoordigd was, werd besloten om een waarschuwing uit te geven. De verzoekers stelden dat er ten tijde van het besluit geen recente meldingen van overlast waren en dat de beslissing om een waarschuwing te geven ongegrond was. Zij voerden aan dat het besluit disproportioneel was en dat de VvE niet zorgvuldig had gehandeld door niet eerst een minder zware maatregel te overwegen.
De VvE verdedigde het besluit door te stellen dat het op een geldige manier was genomen en dat het in lijn was met de statuten van de vereniging. De VvE stelde dat de overlast door [verzoeker 1] een gevaar opleverde voor de gemeenschap en dat eerdere pogingen tot bemiddeling niet succesvol waren geweest. De VvE baseerde zich onder andere op videobewijs en getuigenverklaringen van medebewoners die de overlast hadden ervaren.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank moest beoordelen of het besluit van de VvE vernietigbaar was op grond van strijd met de redelijkheid en billijkheid. De rechtbank stelde vast dat er tussen januari 2024 en het moment van de besluitvorming in december 2024 geen nieuwe incidenten van overlast gemeld waren. Dit was een belangrijke factor in de beoordeling van de redelijkheid van het besluit.
De kantonrechter oordeelde dat de VvE bij het nemen van het besluit onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat er geen recente meldingen van overlast waren. Daarnaast werden de verklaringen van medebewoners die in algemene bewoordingen spraken over overlast onvoldoende geacht om het besluit te rechtvaardigen. De rechtbank vond dat de VvE niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen en dat er geen dringende noodzaak was om direct over te gaan tot het geven van een waarschuwing zonder eerst andere middelen te proberen.
Op deze gronden besloot de rechtbank het besluit van de VvE te vernietigen. De VvE werd ook veroordeeld in de proceskosten van de verzoekers, omdat zij in het ongelijk was gesteld. De uitspraak van de rechtbank was uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het besluit onmiddellijk van kracht werd.
De uitspraak benadrukte het belang van een zorgvuldige afweging van belangen en het naleven van redelijkheid en billijkheid bij het nemen van besluiten die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor bewoners van een appartementencomplex. De beslissing onderstreepte ook de noodzaak voor VvE’s om de juiste procedures te volgen en voldoende bewijs te hebben wanneer zij besluiten nemen die leiden tot het opleggen van straffen of maatregelen aan bewoners.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




