De zaak in het kort
In een juridische kwestie bij de rechtbank Amsterdam dienden [verzoeker 1] en [verzoeker 2] een verzoek in om een besluit van de Vereniging van Eigenaars (VvE) te vernietigen. Dit besluit hield in dat er een waarschuwing werd gegeven aan [verzoeker 1] vanwege vermeende overlast. De kern van het geschil was dat de VvE zonder voldoende bewijs en zonder eerdere waarschuwingen een besluit had genomen dat aanzienlijke gevolgen kon hebben, namelijk de ontzegging van het gebruik van het appartement. De kantonrechter oordeelde dat het besluit onredelijk was, omdat er op het moment van de beslissing geen recente meldingen van overlast waren, en vernietigde het besluit.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon toen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] op 15 januari 2025 een verzoekschrift indienden bij de rechtbank om het besluit van de VvE van 16 december 2024 te vernietigen. De VvE had besloten een waarschuwing te geven aan [verzoeker 1] in verband met overlastklachten. Deze waarschuwing was een stap in de procedure die kon leiden tot ontzegging van het gebruik van het appartement als de overlast zou aanhouden.
De VvE had eerder tijdens vergaderingen van de vereniging meldingen van overlast besproken, die bestonden uit geluidsoverlast en agressief gedrag van [verzoeker 1]. De VvE had beeld- en geluidsmateriaal overgelegd als bewijs van deze overlast. Echter, [verzoeker 2] betwistte de juistheid en relevantie van deze bewijzen, vooral omdat er sinds januari 2024 geen nieuwe meldingen waren geweest.
Tijdens een VvE-vergadering op 19 september 2024 werd besproken of de procedure tegen [verzoeker 1] voortgezet moest worden. Er werd gestemd en de meerderheid koos voor het voortzetten van de procedure. Op de volgende vergadering op 16 december 2024 werd gestemd over het geven van een officiële waarschuwing. Dit besluit werd genomen ondanks het feit dat er slechts een klein aantal stemmen vertegenwoordigd was.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank onderzocht of de VvE een redelijk besluit had genomen door de waarschuwing uit te vaardigen. Volgens het Burgerlijk Wetboek moet een dergelijk besluit in overeenstemming zijn met redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter oordeelde dat de VvE niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen, aangezien er al tien maanden geen concrete meldingen van overlast waren geweest op het moment van de vergadering. Bovendien was het besluit genomen in een vergadering met een lage opkomst, wat de representativiteit van het besluit in twijfel trok.
De rechtbank concludeerde dat de VvE onvoldoende feitelijke onderbouwing had voor de waarschuwing, vooral gezien de lange periode zonder incidenten. Daarom werd het waarschuwingsbesluit vernietigd. De VvE werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van [verzoekers], die werden begroot op € 609,50.
Het oordeel van de rechtbank benadrukte het belang van zorgvuldigheid en redelijkheid bij het nemen van besluiten door een VvE, vooral wanneer zulke besluiten grote gevolgen kunnen hebben voor de betrokken partijen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




